Newman, de school van de roze kardinaal

De Newman blijkt onder de Bredase scholen zeer in trek te zijn. Een record aantal van 363 aanmeldingen. Een vreugde die ook last kan worden, aangezien de school berekend wordt op 250 brugklassers. Meer betekent loten of een ander selectiemechanisme toepassen.

Misschien kunnen we in de toekomst meer aandacht aan onze naamgever besteden. John Henry Newman (1801 -1890) was de eerste 44 jaar van zijn leven anglicaan, de volgende 45 jaren rooms-katholiek en hij schopte het zelfs tot kardinaal zonder ooit bisschop te zijn geweest. Een prestatie die voor weinigen is weggelegd.
In zijn leven zie ik tenminste drie elementen die, mits goed gehanteerd, het aantal leerlingen tot aanvaardbare proporties kan terugbrengen.

Allereerst is er zijn heilige overtuiging, dat de mens altijd en overal zijn eigen geweten moet volgen, een opmerkelijke gedachte voor iemand die katholiek werd, toen de macht van de pausen op een absoluut hoogtepunt was. Niet aan de leiband van het gezag lopen, was zijn devies en dat hield hij stug vol. Dat is voor weinig mensen echt weggelegd. Autoriteiten hebben graag gewillige en gehoorzame dienaren; dienaren vinden het gemakkelijk het gezag te volgen, want dan hoef je niet na te denken. Daar krijg je alleen maar hoofdpijn en ellende van.

Een tweede element is het relativerende in Newmans visie. Alles van verschillende kanten bekijken voor je tot een eindoordeel komt, wikken en wegen en niets zomaar aannemen. “Dr. Newman is de meest gevaarlijke man van Engeland,” schreef bisschop Talbot over John Henry Newman. Newman gold bij velen als een stoorzender, een dwarsligger, een eigenheimer die stevig bestreden moest worden.

Het derde element is het roze randje van kardinaal Newman. Toen hij 11 augustus 1890 overleed, was het zijn wens ter aarde besteld te worden in het graf, waar 15 jaar eerder zijn vriend Ambrose St.John begraven was. Bij het overlijden van zijn vriend schreef Newman: “Ik kan me niet voorstellen dat echtgenoten elkaar erger zouden missen dan ik Ambrose mis.”
De vriendschap tussen Newman en Ambrose was van een intimiteit en intensiteit die een ‘gewone’ vriendschap oversteeg. St John was niet zomaar een vriend van Newman, hij was DE vriend. Vermoedelijk zou Newman weinig op hebben gehad van zaken als de jaarlijkse Gay Parade, maar dat er openheid naar homoseksuele relaties zou bestaan, had hij waarschijnlijk wel fijn gevonden.

Met deze drie elementen moet de Newmanreclamecommissie – sorry, de pr-groep – toch een wervende tekst kunnen schrijven. Natuurlijk blijven we beweren dat we een school met pit zijn, maar we laten ook merken dat we gecharmeerd zijn van een bepaald type pittige leerlingen.

De newmanleerling op wie we zitten te wachten is een individu met een eigen mening, een eigen wil, niet bang om tegen de stroom in te gaan, kritisch en betrokken.
Diezelfde newmanleerling durft een dwarsligger te zijn als het nodig is, weigert dogmatisch wetenschappelijk of godsdienstig te denken, ziet van alles ook de andere kant, van de mooie de schaduwkant, van het alledaagse het juweeltje dat erin verscholen zit.
De echte newmanleerling heeft ook oog voor het anderszijn van zijn medemensen; hij accepteert de homo, de gothic en de vreemdeling, vooral als die geen Nederlands paspoort heeft. Zhij is zich bewust van mogelijke vooroordelen, wijst benepen nationalisme af en kiest voor de hele wereld.

Als we dit beeld van de newmanleerling op de markt gooien, ben ik er zeker van dat een aantal ouders rechtsomkeer maken omdat ze hun kind niet willen toevertrouwen aan mensen die gecharmeerd zijn van een vrijheidslievende, dwarsliggende, homo-erotische Engelse kardinaal.
Dan hebben we toch ons doel bereikt!
De Keten, april 2011