Oscar en oma Rozerood

Oscar is een jongen van tien, die zo ongeveer in het ziekenhuis woont, want hij heeft leukemie en men doet er alles aan om hem beter te maken. Hij observeert scherp: “Het ziekenhuis is onwijs leuk, als je een patiënt bent waar ze blij mee zijn. Maar ze zijn niet meer blij met mij. Sinds mijn beenmergtransplantatie merk ik heel duidelijk dat ze niet meer blij met me zijn.”

Hij heeft vriendjes in het ziekenhuis die ook voor ernstige ziekten onder behandeling zijn: Bacon, Einstein en Popcorn. Er zijn allemaal mevrouwen in rozerode schorten die met de kinderen willen spelen.

Oma Rozerood is de enige die zichzelf gebleven is ondanks de negatieve sfeer die Oscar is gaan ervaren, nu “ik een slechte zieke ben geworden, een zieke die je belet te geloven dat dokters alles kunnen.”

Omdat iedereen ‘doof’ wordt als hij vraagt of hij doodgaat, vraagt hij het oma Rozerood. Tegen zijn verwachting in zegt ze: ”Waarom wil je dat ze je het vertellen als je het al weet, Oscar?”

“Oma Rozerood, is mijn operatie mislukt?”

Oma Rozerood geeft geen antwoord. Dat was haar manier om ja te zeggen.

Oma Rozerood geeft hem het advies een brief aan God te schrijven. Daar wil Oscar eigenlijk niets van weten en er ontstaat een discussie. Mooi fragment daarin is:

“ ‘En waarom zou ik God schrijven?’

‘Omdat je je dan minder alleen zult voelen.’

‘Minder alleen met iemand die niet bestaat?’

‘Zorg dan dat hij wel bestaat.’

Ze boog zich naar me toe.

‘Elke keer als je in hem gelooft, zal hij een beetje meer gaan bestaan, Als je maar lang genoeg volhoudt, zal hij helemaal bestaan. En dan zal hij je helpen.’

‘Wat kan ik hem dan schrijven?’

‘Vertel hem wat je denkt. Gedachten die je voor je houdt, zijn gedachten die op je drukken, die zich in je hoofd nestelen, die een last voor je zijn. Die je verlammen, die de plaats innemen van nieuwe ideeën en die je ziek maken. Als je er niet over praat, wordt je een vuilnisbak vol oude gedachten die gaan stinken.’

Verhalen van een worstelaarster

Het boek van Schmitt over Oscar bevat de brieven die Oscar in de loop van zijn laatste levensfase aan God heeft geschreven: open, met een verrassende kijk op de wereld en vaak heel humoristisch. Volgens oma Rozerood mag je bij God een wens doen, een per dag, niet voor hebbedingen, maar voor zaken die met je innerlijk te maken hebben. Enkele brieven later eindigt Oscar met: “Vandaag geen wens. Kun jij ook eens uitrusten.”

Oscar ruikt onraad als zijn ouders op een andere dag dan zondag naar het ziekenhuis komen. Hij luistert hun gesprek met dokter Düsseldorf af, ze willen hem niet opzoeken omdat ze te zeer gegrepen zijn door het doodvonnis, maar Oscar vindt hen maar lafaards. Hij wordt weer rustig als oma Rozerood langs komt en met hem praat en zelfs een kus op zijn wang geeft. Als Oscar hoort dat ze maar twee keer per week mag komen, bezweert hij haar langs dokter Düsseldorf te gaan en te vragen of zij hem dagelijks mag zien, want hij realiseert zich dat hij nu echt iemand nodig heeft als steun en toeverlaat. Ze komt terug met de mededeling dat ze de komende 12 dagen iedere dag hem mag komen bezoeken. Ze vraagt hem ook een spelletje met haar te spelen. “Vanaf vandaag moet je elke dag goed opletten en je voorstellen dat die dag voor tien jaar telt.”

Een belangrijk onderdeel van oma Rozeroods gesprekken gaat over haar verleden als worstelaarster met vele verschillende vrouwen op zeer verschillende plaatsen.

Ze gebruikt haar worstelverhalen om Oscar anders te laten denken en doen, zodat hij de moeite neemt om een medepatiëntje, Peggy Blue, te zeggen dat hij haar leuk vindt.

Oma Rozerood redt hem als hij een nacht met Peggy doorbrengt, naast haar in bed liggend, waar ze de volgende ochtend door de hoofdzuster worden betrapt. Tegen de tierende vrouw valt ze uit: “Willen jullie die kinderen weleens met rust laten! Waarvoor zijn jullie hier eigenlijk, om op de kinderen te passen of op de regels? Ik heb geen donder met jullie regels te maken, die regels van jullie kunnen me gestolen worden.”

Oma Rozerood neemt hem mee naar de kapel, waar hij het halfnaakte, gepijnigde Christusbeeld ziet en tegen haar zegt:”even serieus, oma Rozerood: u bent worstelaarster, u bent een beroemd kampioene geweest, dan gaat u toch zeker niet in zoiets geloven?”

“Waarom niet Oscar? Zou je meer geloven in God als je een bodybuilder zag met een getraind lijf, dikke spierbundels, zijn huid glimmend van de olie, kortgeknipt haar en een flatteus minislipje?”

‘Eh’

‘Denk eens na, Oscar. Wie staat er dichter bij je, naar je gevoel? Een god die geen beproevingen doorstaat of een God die pijn lijdt?’

‘Een God die pijn lijdt, natuurlijk. Maar als ik hem was, als ik God was, als ik net als hij de mogelijkheden had, zou ik ervoor hebben gezorgd, dat ik geen pijn hoefde te lijden.’

‘Niemand kan er voor zorgen dat hij geen pijn hoeft te lijden. God net zo min als jij. Je ouders net zo min als ik.’ (55)

Levensvragen

Op kerstmiddag weet Oscar zich te verstoppen in de auto van oma Rozerood en rijdt zonder dat ze het in de gaten heeft met haar mee naar haar huis. Hij valt in slaap en wordt wakker als het donker is. Koud en verkleumd probeert hij aan te bellen en op de stoep vindt oma Rozerood hem. Ze neemt hem mee naar binnen, waarschuwt het ziekenhuis waar groot alarm geslagen is en wachten op de ouders van Oscar. Oscar en oma praten over ouders en Oscar begrijpt nu dat zijn ouders niet bang voor hem zijn, maar voor zijn ziekte. Hij begrijpt dat hun angst ook met de angst voor de eigen dood te maken heeft en laat zich tijdens het kerstfeest bij oma Rozerood van een andere kant zien. Daardoor kan hij zich met hen verzoenen en wenst hij die avond dat zijn ouders altijd zo blijven als vanavond.

Als Oscar ‘tussen de zeventig en de tachtig is’, leest hij met Peggy de medische encyclopedie.

“Ik heb gekeken naar de woorden die mij interesseren:‘Leven’, ‘Dood’ ‘Geloof’, ‘God’. Je houdt het niet voor mogelijk, maar ze stonden er niet in. Nou, dat bewijst al dat het geen ziektes zijn, het leven niet, de dood niet, het geloof niet en jij ook niet. Op zich is dat goed nieuws. Maar in zo’n serieus boek zou je toch een antwoord moeten vinden op de meest serieuze vragen van het leven, vind je ook niet?

‘Oma Rozerood, ik heb de indruk dat er in de Medische Encyclopedie alleen maar speciale dingen staan, problemen die bepaalde mensen kunnen overkomen. Maar de dingen die voor ons allemaal belangrijk zijn – het Leven, de Dood, Het Geloof en God,- die staan er niet in.’

‘Die staan misschien in een Filosofische Encyclopedie, Oscar. Maar ook al vind je daarin de begrippen die je zoekt, dan nog loop je de kans dat je teleurgesteld wordt. Voor elk begrip worden daarin namelijk heel verschillende antwoorden gegeven.’

‘Hoe kan dat?’

‘De meest interessante vragen blijven vragen. Ze dragen een geheim in zich. Bij elk antwoord hoort een ‘misschien’.Alleen onbelangrijke vragen hebben een duidelijk antwoord.’

‘Bedoelt u dat er geen oplossing voor het begrip Leven is?’

‘Ik bedoel dat er voor Leven verschillende oplossingen zijn, dus geen oplossing.’ (82)

God ervaren

Als hij ‘negentig’ is wordt hij ‘s morgens wakker en realiseert zich de aanwezigheid van God. Tegen de ochtend kijkend naar de sneeuw ervaart hij Gods aanwezigheid in het aanbreken van de dag, de gang van de seizoenen, de   komst en aanwezigheid van zijn medemensen.

”Ik begreep dat jij er was. Dat je me jouw geheim vertelde: bekijk de wereld elke dag alsof het de eerste keer is.

En toen heb ik je raad opgevolgd en ik heb mijn best gedaan. De eerste keer. Ik keek naar het licht, de kleuren, de bomen, de vogels, de dieren. Ik voelde de lucht door mijn neusgaten binnenstromen en mijn longen vullen. Ik hoorde stemmen die in de gang opstegen als naar het gewelf van een kathedraal. Ik voelde mezelf leven. Ik trilde van pure vreugde. Ik was gelukkig dat ik bestond. Het was geweldig.” (87)

Twee dagen later, als hij ‘honderdtien’ is, sterft Oscar. De laatste brief aan God is geschreven door oma Rozerood, waaruit het volgende fragment:

“Hij is vanmorgen gestorven, tijdens het half uurtje dat ik met zijn ouders even koffie was gaan drinken. Hij heeft het zonder ons gedaan. IK denk dat hij daarop heeft gewacht om ons te ontzien. Alsof hij ons de hevige emotie van zijn levenseinde wilde besparen. Eigenlijk was hij degene die over ons waakte (…)

Bedankt dat ik Oscar heb leren kennen. Dankzij hem was ik grappig, verzon ik verhalen, kreeg ik zelfs verstand van worstelen. Dankzij hem heb ik gelachen en vreugde gekend. Hij heeft mij geholpen in jou te geloven. Ik ben vol van liefde, ik gloei ervan, hij heeft me er zoveel van gegeven dat ik genoeg heb voor de rest van mijn leven.”

De laatste alinea:

“PS. De laatste drie dagen had Oscar een bordje op zijn nachtkastje neergezet. Ik geloof dat het voor jou was. Hij had erop geschreven: ‘Alleen God mag me wakker maken.’” (92)

Eric-Emmanuel Schmitt, Oscar en oma Rozerood

2002, Nederlandse vertaling 2013

Aanknopingspunten

  • Dit boek van Eric-Emmanuel Schmitt is een aanrader voor onze leerlingen. Leerlingen die een serieus, ontroerend en grappig geschreven boek van minder dan honderd pagina’s willen lezen hebben met dit boek een gouden greep.
  • Een recensie ervan in de schoolkrant met de oproep om het eens te lezen kan sommigen misschien over de streep trekken.
  • Diverse fragmenten in mijn stuk hierboven, maar zeer zeker ook andere – want iedereen heeft zijn eigen voorkeuren – kunnen als extra-materiaal,  opdrachtje bij veel levensbeschouwelijk lesmateriaal gebruikt worden.
  • Op dezelfde pagina komen de hermeneutische knooppunten in dit boek volgens de redactie neer op vragen als
    • Wat is lijden?
    • Waarom is er lijden in de wereld?
    • Welke soorten lijden bestaan er allemaal?
    • Is een God verantwoordelijk voor het lijden in de wereld?
    • Wat is een godsbeeld?
    • Wat is een goed godsbeeld?
    • Welke godsbeelden bestaan er in de christelijke traditie?
    • Hebben andere religieuze tradities ook godsbeelden en hoe zien die er dan uit?
    • Wat is hoop?
    • Is de hoop sterker dan de dood?
  • De pagina vermeldt ook enkele impulsen alvorens met het verhaal aan de slag te gaan.
  • Tot slot volgen ook didactische suggesties om bijvoorbeeld het verhaal van Job hieraan te koppelen.
  • Wie van het verhaal uit wil gaan, maar het niet wil lezen, maar zien kan ook met de film die in 2009 gemaakt is, werken. “Oscar et la dame rose’. De regie is in handen van de schrijver zelf. Een recensie ervan vind je op http://www.fransefilms.nl/oscar-et-la-dame-rose/. Hij duurt 90 minuten. Bol.com heeft hem in voorraad. Prijs is €8,99.

Tien wetenschappelijke blunders van geniale geesten

Wetenschap moeten we bloedserieus nemen, daar ben ik van overtuigd. Dat sommige wetenschappers zich wel erg bloedserieus nemen en weinig oog hebben voor andere vormen van waarheid zoeken is in de vorige bijdragen wel duidelijk geworden. Het kan nooit kwaad om aan die bloedserieusheid, die we ook bij leerlingen aantreffen als een vorm van eerstetaalarrogantie, wat te knagen. Niet om de poten onder de stoel van de wetenschappers uit te halen, maar om hen opmerkzaam te maken op gepaste bescheidenheid waar het om menselijk handelen gaat. Mijn onvolprezen lijstenfabriek ‘Listverse’ heeft bij monde van Radu Alexander een mooie lijst van tien wetenschappelijke blunders van geniale mensen geproduceerd. Daar komen mensen in voor als Tesla, Edison, Einstein,  Hoyle, Franklin, Hubble, Pauling, Darwin, Galileo en Newton zelfs. Goed lezen en op het gepaste moment in de strijd werpen.

http://listverse.com/2014/07/30/10-scientific-blunders-of-genius-minds/

Allerzielen

Het is binnenkort weer 2 november, Allerzielen, en het eer bewijzen aan de doden is traditie op die dag in veel culturen. The Guardian heeft een galerij met foto’s van over de hele wereld bij elkaar gezet in op een webpagina, met tekst en uitleg ernaast. Wie een aantal foto’s zoekt om leerlingen te laten zien hoe intens, divers en uitbundig de dag van de doden wordt gevierd, heeft hier een goede bron aan.

http://www.theguardian.com/world/gallery/2012/nov/02/day-of-the-dead-pictures

Maand tegen het pesten in de VS

Ook de Verenigde Staten hebben last van pestgedrag. Dagelijks verschijnen er berichten over de vaak ernstige gevolgen die pesten op school en daarbuiten voor jongeren hebben. Daarom is er ook elk jaar de maand tegen het pesten, waarin op allerlei manieren aandacht voor dit hardnekkige probleem wordt gevraagd.

De webstek ‘www.about.com’, waar een groot aantal enthousiaste deskundigen een thema voor hun rekening nemen heeft ook een subgroep die informatie geeft via de webstek http://bullying.about.com .

Wie deze webstek bezoekt krijgt een groot aantal artikelen te lezen die zich met allerlei aspecten van pestgedrag bezighouden. Ik noem er enkele:

  • 5 practical ways for teens to confront bullying daily;
  • 6 types of digital drama teens face;
  • 5 things teens need to hear about bystanders and bullying;
  • 5 things teen wish parents kew about bullying;
  • How to tell your best friend her child is bullying;
  • Why bullies shift blame and how to hold them accountable.

Dood voor beginners

Deze informatie ontleen ik aan de webstek van www.reliwerk.nl:

Vanaf zondag 14 september zenden IKON en EO een achtdelige documentaireserie uit over de kunst van het sterven. Want of we nu willen of niet, dood gaan we allemaal. Maar wat weten we eigenlijk van sterven, afscheid nemen, rouwen en het leven na de dood? Zijn we er bang voor of verlangen we ernaar? En kunnen we het leren?

In een tijd waarin we ons hartstochtelijk vastklampen aan het leven, onder het motto: forever young is het adagium memento mori – gedenk te sterven – geen alledaagse levenswijsheid meer. We zijn als de dood voor de dood: carpe diem, pluk de dag. Maar als het onvermijdelijke einde daar is, hebben we dan nog rituelen om te rouwen? Lastige vragen en geen gemakkelijke antwoorden.

Sluit acht weken lang op rituele wijze de zondag af met Dood voor Beginners, uw survival kit op weg naar het einde, voor beginners & gevorderden.

Dood voor Beginners is te zien vanaf zondagavond 14 september om 23.45 uur op NPO 2.

Aflevering 1 – Ik ga niet dood (14 september)

Aflevering 2 – Als de dood

Aflevering 3 – De dood, de dokter en de anderen

Aflevering 4 – Uit het leven gestapt

Aflevering 5 – Het olifantenkerkhof

Aflevering 6 – Rituelen om te rouwen

Aflevering 7 – Aan gene zijde

Aflevering 8 – Memento Mori

Voor meer informatie: ikon.nl/doodvoorbeginners.

 

Mikhail Katsnelson

Een heel ander geluid dan dat van de boze biologen is te horen van de Russische wetenschapper Mikhail Katsnelson. Hij is door Elma Drayer voor Trouw geïnterviewd en heeft de volgende mooie citaten:

Hij geldt als een van de knapste fysici van deze tijd, en is behalve dichter ook belijdend christen. Zelf vindt de Nijmeegse hoogleraar Mikhail Katsnelson, geboren in de toenmalige Sovjet-Unie, dat geen contradictie. ‘Ik verzet me tegen de gedachte dat de wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn.’

Nee, zegt hij, hij gelooft niet dat de natuurwetenschap op een dag alle raadselen zal oplossen. “Als je de kranten moet geloven is de wetenschappelijke vooruitgang enorm. Dat komt ook door de slechte gewoonte van mijn collega’s om publiekelijk wel te vertellen over hun successen en niet over hun falen. Omdat ik géén buitenstaander ben, weet ik hoe extreem moeilijk wetenschap in werkelijkheid is. Je kunt alleen volkomen zeker zijn over enkele zeer eenvoudige systemen. Ik ben sowieso heel sceptisch over wetenschappelijke vooruitgang.”

(….)

Menigeen denkt dat religie en natuurwetenschap niet samengaan.

“Waarom niet? De wereldbeschouwing van de Sovjet-Unie was gebaseerd op wetenschap. Alles wat je niet wetenschappelijk kon aantonen was onwaar of niet belangrijk. Als je deze visie nog steeds aanhangt, dan kan natuurwetenschap inderdaad niet samengaan met religie. Maar zo heb ik er nooit tegenaan gekeken. Ik ben een praktisch mens, in de zin dat ik iets nodig had om mijn mystieke ervaring te ordenen en te kanaliseren. De natuurwetenschap kon me daar niet bij helpen, de christelijke traditie wel. Nu kon ik bidden, rituelen volgen, een bijbels onderscheid maken tussen kwade en goede entiteiten. Als ik me daartoe niet had gewend, was ik vermoedelijk gek geworden.”

Natuurwetenschap en religie, vindt Katsnelson, spelen zich af ‘op twee totaal verschillende’ niveaus. “Ik verzet me tegen de gedachte dat wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn. Als ik wil begrijpen wat magnetisme is dan kan ik dat niet vinden in de Bijbel. Omgekeerd is de menselijke psyche veel te gecompliceerd voor de wetenschappelijke benadering. Ik betwijfel sowieso of je daarover ook maar iets wetenschappelijk betrouwbaars kunt beweren. Religie biedt wél antwoorden. Religie gáát over de ziel, over de mens, over zijn plaats in de wereld. Mijn geloof vertelt me hoe ik mijn vrienden en mijn vijanden moet behandelen. Vanuit mijn geloof kan ik uitleggen waarom eerlijkheid goed is, en bedrog slecht. In al dat soort zaken heb ik niets aan de wetenschap.”

Wetenschap helpt u niet bij de moraal, bedoelt u?

“Om een probleem wetenschappelijk op te lossen moet je diep nadenken, je moet lezen wat andere mensen erover hebben geschreven, jaren onderzoek doen. Als je moet kiezen tussen goed en kwaad heb je daar geen tijd voor. Dan moet je meteen beslissen.”

Stel, zegt Katsnelson, iemand heeft je iets aangedaan en je komt hem tegen. “Moet je hem de hand schudden? Omhelzen? Moet je hem zeggen op te hoepelen? Moet je hem doden? Ik kan niet dertig jaar van mijn leven besteden aan uitzoeken wat het juiste is. Ik heb iets anders nodig, en wel onmiddellijk. Weet u, als de wetenschap zou beweren dat ik mijn vijanden moet doden terwijl mijn religie dat verbiedt, dan zou dat een contradictie zijn. Maar mijn wetenschap zegt daar niets over. Dus hoe kun je volhouden dat wij alles in de werkelijkheid wetenschappelijk moeten benaderen?”

Arrogante wetenschap

Michiel Bussink schrijft in de Genoeg, herfst 2014 over rellen in de wetenschap:

“In 2013 ontstond er een enorme rel over de promotie van Joris van Rossum aan de Vrije Universiteit. Deze bioloog stelde dat het moeilijk is om seksuele voortplanting te begrijpen aan de hand van Darwins evolutietheorie. Vier biologen van de universiteiten van Utrecht en Wageningen reageerden woedend en in hun kielzog wetenschapsjournalisten als Marcel Hulspas.

Ze diskwalificeerden het proefschrift – Van Rossum had niet mogen promoveren – en tegelijk de hele Vrije Universiteit.  Voor hoogleraar wiskunde Ronald Meester, een van de promotoren van Van Rossum, was dit, én een soortgelijk geval in de VS, aanleiding om het boek ‘Arrogant’ te schrijven.

Hij verbaast zich er allereerst over dat de reacties op het proefschrift zo enorm agressief waren, terwijl Van Rossum niet eens de evolutietheorie ter discussie stelde. “De wetenschap zelf leek op het spel te staan,” schrijft hij. Volgens Meester komt het incident voor uit het dominante idee dat de wetenschap in principe antwoord kan geven op alle vragen. Dat idee is volgens hem arrogant én spijtig. “De roep om voor alles wetenschappelijk bewijs aan te leveren bedreigt de waarde en betekenis van wijsheid”.

Een overmatig beroep op de rede en wetenschap leidt volgens hem tot zingevingsproblemen. De meest essentiële levensvragen zijn nu eenmaal niet alleen met behulp van de rationaliteit te beantwoorden of misschien zelfs helemaal niet te beantwoorden.

Meester noemt zichzelf ‘niet ongelovig, maar geen anti-wetenschapper.” Dat laatste mag je verwachten van een hoogleraar wiskunde. Met des te meer gezag kan hij dan ook zeggen waar veel wetenschappers niet aan willen: “De wereld is ten diepste onbegrijpelijk.”

Ronald Meester, Arrogant, waarom wetenschappers vaak minder weten dan ze denken, ten Have, € 14,99

Wie kennis wil nemen van een kritische reactie op het boek van Meester, kan het artikel van Riemersma op http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/boeken/item/470-meester-ronald-arrogant-2014.html lezen.

Hindoetempel gereinigd

Het kastenstelsel blijft een hardnekkig verschijnsel in het India van vandaag. Reuters berichtte op 1 oktober 2014 dat de regering van de Indiase staat Bihar een onderzoek heeft bevolen na berichten dat een hindoetempel gereinigd en de beelden gewassen waren na het bezoek van de gouverneur van de deelstaat, die tot een lagere kaste behoort.

Gouverneur Jitan Ram Manjhi, een lid van de Muhasargemeenschap, zei dat hem verteld was dat dat het heiligdom in het Madhubanidistrict gezuiverd was na zijn bezoek een maand eerder. Hij zeo het onderzoek bevolen te hebben omdat het belangrijk is kastendiscriminatie in de samenleving te belichten, zodat de verantwoordelijken hiervoor bestraft kunnen worden.

Op kaste gebaseerde discriminatie, de zogenaamde ‘onaanraakbaarheid’ werd verboden in India in 1955, maar de eeuwenoude feodale verhoudingen blijven in grote delen van India nog intact en Dalits hebben nog steeds met vooroordelen te maken in iedere sector van onderwijs tot de arbeidswereld.

Manjhi is de derde Dalit die gouverneur in Bihar werd sinds India’s onafhankelijkheid in 1947.  Vijftien procent van de bevolking van Bihar behoort tot de lagere kasten.

“Onaanraakbaarheid is een misdaad in ons land. Ook gewone mensen mogen er niet onder lijden,” is de overtuiging van de minister van voeding en prominent Dalit politicus Ram Vilas Paswan.

Eerder kwam het bericht van Human Rights Watch, dat honderdduizenden leden van lagere kasten in India gedwongen worden menselijke uitwerpselen te ruimen uit droge toiletten en publieke riolen, ondanks een verbod op deze discriminerende en onwaardige praktijk.

 

Exodus: Gods and Kings

Ridley Scott, maker van de film ‘Gladiator’ draaide in 74 dagen zijn eigen nieuwe versie van het Exodusverhaal. De film heet ‘Exodus: Gods and Kings’ en komt half december uit in de Nederlandse bioscoop.

Meteen na het verschijnen van de trailer barstte de discussie over de kleur van de acteurs los. Volgens velen waren de Hebreeën destijds evenals de Egyptenaren geen blanken, dus hadden er andere acteurs in moeten spelen.

Scenarioschrijver Steve Zaillian maakt er op een andere manier dan in The Prince of Egypt een broer versus broerverhaal van, op zich een simpel gegeven, dat geplaatst wordt in een groter episch verband, dat te maken heeft met oorlog, rampen, plagen en letterlijke daden van God.

Wat mij in de gemiddelde Mozesfilm tegenstaat is allereerst de overdreven nadruk op de broedertwist tussen Mozes en de farao. Zowel in The Prince of Egypt als in deze film zal het ongetwijfeld dramatische conflict, waarover in het oude Exodusverhaal geen woord over te vinden is, het aloude bevrijdingsverhaal in de schaduw stellen. Laat je leerlingen het verhaal navertellen dan krijg je een compleet ander verhaal dan wat we in de bijbel kunnen lezen. De bevrijding uit de slavernij wordt een soort collateral fortune van de strijd tussen de twee broers.

Een ander negatief element is het al dan niet met speciale effecten laten zien van de plagen die Egypte teisteren. We weten allemaal dat we ook het Exodusverhaal als tweede taal moeten lezen en dat we historisch heel veel vragen moeten stellen bij de tien plagen. Nu ze bioscoopgroot te zien zullen zijn in al hun verschrikking en hevigheid zal het de docent weer meer moeite kosten om het tweedetaalkarakter ervan aan te geven. Want we hebben het toch zien gebeuren, hoor ik leerlingen al zeggen!

De trailer is te zien via https://www.youtube.com/watch?v=t-8YsulfxVI

Freak

De afgelopen jaren hebben Eva Mathijssen en Arto Boyadjian elk jaar voor een schoolmusical gezorgd, zij schreef en hij maakte de muziek. De schoolmusical of kerstmusical van dit jaar heet ‘Freak’. Hoofdpersoon is een meisje, dat Freek heet en in het bezit is van een wijnvlek op aar gezicht. Binnenkomend op een nieuwe school krijgt ze een camouflagecrème van haar stiefmoeder, waardoor ze er ‘normaal’ uitziet en ze aansluiting krijgt bij de populaire meidengroep van de klas. Tot op een regenachtige dag de crème uitloopt en de wijnvlek weer zichtbaar wordt. Einde van de vriendschap en begin van een pestperiode, waarin ze voor ‘freak’ wordt uitgescholden.

Ze vertrekt naar een nieuwe school, waar alleen maar freaks op zitten en daar wordt ze gekoeioneerd omdat ze te weinig freak en te veel normaal is. Ze weet het vertrouwen te winnen van een meisje dat een masker draagt, omdat ze derdegraads brandwonden heeft en die ook nog eens de dochter van de directeur van het internaat te zijn. Na de nodige strubbelingen slagen ze erin weer zichzelf te worden en een positief zelfbeeld te ontwikkelen.

Evenals vorige keren heb ik bij de musical, waarover informatie gevonden kan worden op http://www.deschoolmusical.nl , een lesbrief gemaakt over de manier waarop mensen met gezichtsafwijkingen en zichzelf omgaan. Daarbij is gebruik gemaakt van de inhoud van de musical, maar ook heb ik enkele documentaires over dit thema erbij gebruikt. De tekst van deze lesbrief is te lezen op http://www.zininschool.info/download/freaklesbrief.pdf

Generatie Braaf

Koppenmakers van kranten zijn meesters in het bedenken van spannende koppen en citaten in hun dagelijkse werk. Zo stootte ik op 13 september in Trouw op een levensgrote kop ‘Generatie BRAAF’ en het artikel erbij ging over de veranderende gewoonten bij tieners en adolescenten. In de inleidende tekst was te lezen: “Tieners zijn verstandiger geworden: ze hoeven niet meer zo nodig te blowen of al op jonge leeftijd te drinken.”

Met dat in het achterhoofd zou je denken dat de krant zou openen met iets als ‘Generatie Verstandig’, maar het moest een insinuerende titel worden en dus werd het ‘Generatie Braaf’, zoals we eerder al de Generatie Nix of de Verloren Generatie hadden.

Toch zijn er enkele aardige uitkomsten te vermelden uit het grote onderzoek van het Trimbosinstituut en de Universiteit Utrecht, waarop ook gereflecteerd wordt door enkele onderzoekers.

  • Scholieren roken minder, drinken op jongere leeftijd minder, wachten langer tot ze met iemand naar bed gaan en blowen is uit de mode.
  • De huidige lichting pubers vindt grensoverschrijdend gedrag minder nodig en minder stoer.
  • Dat pubers verstandig zijn, wordt door veel ouderen genegeerd, want ze willen negatieve dingen over pubers lezen.
  • Het maatschappelijk klimaat t.a.v. roken en drinken is duidelijk veranderd, waardoor er gedragsverandering plaatsvindt.
  • De opvoeding is veel gelijkwaardiger dan vroeger: ouders zeggen zelf vroeger ook wel iets verkeerd gedaan te hebben en waarschuwen tegelijk voor de nadelen.
  • Er is minder noodzaak om je als puber af te zetten: scholieren hebben het goed met hun ouders.
  • Het valt nu al op dat achttienjarigen gericht zijn op het mogen uitgaan en daarbij ook op de alcohol.
  • Er is een duidelijk verschil in gedrag tussen enerzijds de havo-vwo-pubers en de vmbo-ers aan de andere kant. Bij de laatsten zijn de problemen groter, maar over het algemeen zie je bij hen ook de trend naar verstandig leven.
  • De nadruk op maximaal ontplooien in heel de samenleving betekent ook dat je gezonde keuzes moet maken.

Sweet sixteen en nu?

Enkele jaren geleden kon je een opmerkelijke beweging bij Nederlandse jongeren bespeuren, nl. de toenemende populariteit van de sweet sixteen party. Het evenement is komen overwaaien vanuit Amerika, waar heel veel jongeren en hun ouders het bereiken van de zestienjarige leeftijd zien als een vorm van ‘coming of age’, de overgang van kind naar volwassene.

Zeker met het wegvallen van religieuze overgangsrituelen, zoals vormsel, belijdenis doen e.d. moeten er andere meer sprekende manieren gevonden worden om de initiatie in de volwassenheid gestalte te geven.

In de Nederlandse samenleving ging tot voor kort de wereld van de volwassenen open bij het bereiken van de zestienjarige leeftijd. Je mocht alcohol gaan gebruiken, roken en als seksueel wezen was je geen minderjarige meer. Alleen het rijden van een auto was nog voorbehouden aan de achttienjarigen.

Wie op Google ‘sweet sixteen party’ intikt komt hele series handleidingen tegen hoe een daverende sweet sixteen party te organiseren, waar nog lang over nagesproken zal worden. Ook in de levensbeschouwelijke dagboeken van leerlingen kwam ik regelmatig de verwijzing naar dit opgroeiritueel tegen.

Mijn vraag is nu, in hoeverre bepaalde wetten, zoals geen alcohol onder de 18, van invloed zijn op het vieren van de begeerde leeftijd. Verschuift het feest van 16 naar 18, omdat dan de werkelijke wettelijke doorbraak naar de volwassenheid plaatsvindt? Of maken de nieuwe gezondheidsregels niets of weinig uit, als het gaat om het vieren van de beroemde ‘coming of age’?

Mogelijk hebben collega’s er concrete ervaringen mee!?

Don Camilo is niet dood

Bij veel mensen brengt de naam ‘Don Camilo’ het beeld van een zwetende Fernandel in een traditioneel priester gewaad naar boven, die vooral op de lachspieren werkt. Wie de boeken van Giovannino Guareschi, maar ook de films beter leest en bekijkt, kan zien dat er meer aan de hand is. Voor mij is don Camilo de Italiaanse parochiegeestelijke die weliswaar in voortdurende strijd gewikkeld is met de communistische burgemeester, maar die bij alle mensen om hem heen de christelijke naastenliefde en vergevingsgezindheid op de voorgrond blijft zetten. Als dingen niet in orde zijn, kan don Camilo het niet nalaten zich ermee te bemoeien en een positieve afloop proberen te bewerkstelligen, desnoods tegen de visie van zijn meerderen in.

De afgelopen jaren hebben veel Italiaanse priesters een ander beeld van hun beroepsgroep laten zien. In de strijd tegen de maffia zijn al diverse priesters omgekomen, omdat ze de moed hadden vanaf de kansel de gewelddadige activiteiten van de maffiosi te veroordelen. In 1993 werd don Puglisi doodgeschoten door een maffiamoordenaar en na hem is anderen hetzelfde lot overkomen.

Nog in augustus 2014 uitte Totò Riina, de Siciliaanse maffiasuperboss die voor meer dan 100 moorden tot levenslang veroordeeld werd, in afgeluisterde gesprekken doodsbedreigingen aan het adres don Ciotti, organisator van Libera (een beweging die zich op allerlei manieren inzet in de strijd tegen de maffia).

Berucht is ook de wijze waarop met veiligheid en levens omgegaan wordt in de bouw en andere bedrijfstakken. Regels worden aan de laars gelapt, doden op de werkvloer is een bijna dagelijks gebeuren. 22 september vonden 4 mensen de dood door het vrijkomen van een giftige wolk bij een bedrijf, dat speciale afvalstoffen verwerkt. De woede om deze onnodige doden wordt fel verwoord door de parochiepriester don Renato:

“De politici hebben het bloed van deze jongens gedronken; het is beter dat ze een molensteen om de nek hangen en zich in zee werpen.” Het is een woedende, gewelddadige vervloeking die  gelanceerd wordt tussen de tranen door door don Renato Galiazzo, pastoor van Liettoli di Campolongo Maggiore bij Venetië. Vanaf het altaar van zijn kerk, gedurende de begrafenisdienst van Giuseppe Baldan, de vrachtwagenchauffeur die maandag jl. stierf met drie arbeiders als gevolg van een giftige wolk op de Coimpo van Adria (Rovigo) valt de priester hen die hij verantwoordelijk acht voor de tragedie aan.

“Zo kun je niet sterven,” heeft don Renato gezegd, “in de Veneto van 2014, als slachtoffers van een giftige wolk. Geen beschermende maskers. Er zijn sinds het begin van dit jaar 24 doden op de werkplaats gevallen, elke week een. Om thuis brood op de plank te hebben mag je niet doodgaan.” Vervolgens valt hij de politieke top aan:”Ze maken de wetten, maar geven er de voorkeur om hun belangen veilig te stellen in plaats van het respect voor de wet af te dwingen. Hoeveel controles op de veiligheid zou men kunnen uitoefenen met de uitkeringen aan de vertegenwoordigers van de regio?”

De priester verwijst ook naar de leiders, die in het centrum van het onderzoek naar de corruptie bij het project Mozes in Venetië staan, de ex-gouverneur Giancarlo Galan en de ex- verantwoordelijke voor de infrastructuur in Veneto, Renato Chisso. “ Wanneer ze in het nauw gedreven worden, zijn ze ineens niet in staat de gevangenis in te gaan. De een heeft ineens een zwak hart, de ander valt toevallig in de tuin bij het snoeien van de rozen. Wat een schande!”

(Bron: Repubblica 27 september 2014)

Lesmateriaal ‘Scheppingsverhalen’

De afgelopen maanden ben ik met de sectie levensbeschouwing van het Newmancollege aan de slag geweest om nieuwe inhouden voor Te Denken Geven Onderbouw, jaar twee, te produceren. Ik was verantwoordelijk voor een lessenserie over scheppingsverhalen.  Het is een uitgebreid stuk geworden, waaraan de volgende uitgangspunten ten grondslag liggen.

  1. Leerlingen worstelen tot het eind van hun levensbeschouwelijk programma op school met het verschijnsel tweede taal. Leerlingen leren te accepteren dat er twee taalspelen zijn, die je niet met elkaar moet verwarren, blijft een van de topuitdagingen van het vak levensbeschouwing. Het blijft ook een van de grote struikelblokken voor veel leerlingen om de knop om te kunnen zetten.
  2. Het verschil tussen eerste en tweede taal wordt met name ontkend in de nu al twee eeuwen durend debat over ‘schepping of evolutie’, waarbij de aanhangers van beide opvattingen zich snel verliezen in het niet in acht nemen van de twee taalspelen waar   schepping en evolutie op gebaseerd zijn.
  3. Als in onze samenleving de wetenschap het aureool van alles-kunnen-verklaren omgeeft, wordt het des te dwingender voor de levensbeschouwer daar kritisch mee om te gaan en de wetenschap naar haar iets bescheidener plaats terug te wijzen. Met name door te wijzen op die zaken waar de wetenschap niets over te vertellen heeft, maar ook door er op te wijzen dat wetenschap steeds een zeer voorlopige zaak is en dat er met de wetenschap, zoals met alle menselijke scheppingen, rare en gevaarlijke dingen gedaan werden en worden.
  4. We willen ook sterk benadrukken dat verhalen – dus ook scheppingsverhalen – geen vrijblijvende verhalen zijn. Taal is niet neutraal, maar verraadt een heleboel over de opvattingen van de mensen die haar hanteren. In deze lessenserie komt dat vooral naar voren in de manier waarop in de verhalen naar de vrouw wordt gekeken, naar de manier waarop de vrouw verantwoordelijk wordt gehouden voor de verdrijving uit het paradijs: Eva als de verleidster, die Adam inpakte met het aanbod van de verboden vrucht.
  5. Ook deze lessenserie gaat uit van het eerder gehanteerde model van de vijf stappen:
  1. Level 1 – waar gaan deze lessen over?
  2. Level 2 – Wat weet en wat vind ik ervan?
  3. Level 3 – Verdiepende informatie
  4. Level 4 – Heb ik het begrepen?
  5. Level 5 – Wat betekent het voor mij?

6. Inhoudelijk komt het op de volgende indeling uit:

1. Het heelal en de vragen die zich daaromheen voordoen

  1. Wat weet je van bijbel en wetenschap over het begin van alles?
  2. Verdieping

3.1. Het verhaal van de wetenschap

  1. De oerknaltheorie
  2. De evolutietheorie

3.2. De meest bekende scheppingsverhalen

  1. In zes dagen…
  2. Mis ik iemand?
  3. Het tweede verhaal is nog niet af

3.3. Andere culturen hebben andere scheppingsverhalen

  1. Babylon
  2. Over heel de wereld: China

3.4. Verhalen zijn niet ongevaarlijk

  1. Het apenproces
  2. Onderwerp de aarde
  3. Sociaal darwinisme
  4. Eva, de eeuwige verleidster
  1. Enkele opdrachten om de informatie uit level 3 te testen
  2. Schrijf een eigen scheppingsverhaal

Wie de tekst van dit hoofdstuk in zijn geheel wil lezen, kan een alleenlezen-versie ervan downloaden via de volgende link: http://www.zininschool.info/download/scheppingsverhalen.pdf

Tien beelden om te huilen

Op www.upworthy.com kom je regelmatig video’s en illustratiereeks tegen die je aan het denken zetten. De serie foto’s die je op http://www.upworthy.com/here-are-10-images-by-the-time-i-reached-the-third-one-i-was-crying-by-the-10th-i-was-furious?c=upw1 ziet zijn zwart-wit foto’s met erop een naam en de laatste woorden van die persoon.

Aan het eind van de serie foto’s worden de laatste woorden verklaard. Het zijn allemaal de laatste woorden van zwarte mannen die door politiemensen gedood zijn, de meesten zonder dat er enige aanleiding voor was. Het racisme van de  gemiddelde Amerikaanse politiemens is schokkend.