Spelen met toetsen

Lezers van LIA weten ondertussen wel, dat onze sectie levensbeschouwing weinig opheeft met reproductietoetsen. Leerlingen leren voor dat ene moment en maanden later blijkt die kennis al bijna niet meer te reproduceren te zijn. Door onze keuze voor het portfolio menen we ook minder behoefte te hebben aan het type toetsen, dat niet op reflectie koerst. Tegelijkertijd zijn we van mening dat leerlingen een basisarsenaal aan vaktermen moeten beheersen om binnen het vak levensbeschouwing zich verstaanbaar te kunnen maken. Wie materiaal voor het portfolio inlevert dient dan ook zich van het correcte vakjargon te bedienen en wie die aan zijn laars lapt, kan de opdracht opnieuw maken.
Bij diverse vakken zijn de reproductietoetsen, vaak in de vorm van so’tjes, voor de leerling een welkome aanleiding om het gemiddelde tot een aanvaardbaar niveau op te krikken. Zouden vakken het willen stellen zonder de tussentijdse prikkels van so en reproductie en alleen koersen op de echte inzichtproefwerken, dan zou het puntenlandschap er anders uit zien, ben ik bang.

Om de leerling tegemoet te komen en voor onszelf te kunnen controleren of ze de uitleg begrepen hebben, hebben we ervoor gekozen in een aantal gevallen een internettoets of -test te maken. Daar kunnen we dan op een aantal manieren mee werken.

– We kunnen de leerlingen naar de computerruimte laten gaan en hen de test laten maken. Problemen die zich voordoen kunnen dan naar aanleiding van de test besproken en opgelost worden.

– We kunnen de leerlingen de url van de test geven en hem als huiswerk meegeven. In de volgende les kan er over de moeilijkheden gesproken worden.

– We laten de test tijdens de les na de uitleg over het onderdeel door een of twee leerlingen maken. De test wordt geprojecteerd met de beamer en de andere leerlingen kunnen meekijken en in hun gedachten de juiste antwoorden geven.

– De laatste manier waarop we ermee gewerkt hebben riep de meeste reactie op en hebben we zelfs als ethische vraag in de klas aan de orde gesteld, uiteraard in die onderbouwklassen waar de term ethische vraag al aan de orde is geweest ofwel de derde klassen. We geven een onderdeel op als huiswerk. In de volgende les laten we twee leerlingen voor de klas naar de computer komen en zij maken de test. De rest kijkt zwijgend mee en helpt op geen enkele manier. Het gemiddelde van de twee uitslagen wordt het punt voor de hele klas.

De keren dat we het gedaan hebben bleken enerverende momenten voor de leerlingen. Op een manier die we van hen gewoonlijk niet gewend waren zaten de passief gemaakte leerlingen ongeveer op het puntje van hun stoel verbeten naar het scherm te kijken. Elke keer dat de leerling voor de klas een fout maakte, werd er hoorbaar maar onderdrukt zoiets als ‘Aah’ geluisterd. Als de leerling goed scoorde, zuchtte iedereen opgelucht. Met name steeg de spanning als een leerling aan het begin enkele fouten beging.

Reacties alom, met name negatieve als we naar hun mening over deze toetsmethode vroegen. In een pittig klassengesprek hierover velde een leerling als oordeel: Ïk vind het oneerlijk. Dan ben je afhankelijk van het werken van anderen. Ik wil mijn eigen punten halen, niet met behulp van anderen.” Uit het vervolg bleek dat vooral de ijverige leerlingen bang waren dat hun punten genivelleerd zouden worden als bepaalde andere leerlingen de test achter de computer zouden moeten maken. Zij verkloten het altijd, voor zichzelf is niet erg, maar voor anderen wel. Het waren met name ook dit soort leerlingen die ons experiment wel zagen zitten.

Met de door ons genoemde argumenten konden de meeste leerlingen uiteindelijk wel leven:
– Het gaat om simpele zaken, niet om reflectie-opdrachten. Iedereen is in staat de begrippen en toepassingen waarom we vragen te leren en die ook een tijd te onthouden. Dus wie gewoon zijn huiswerk doet, kan een dergelijke toets goed maken.
– Wie het niet eens is met het punt dat er uit komt, heeft het recht de toets zelf beter te maken. Kom na de les of in de grote pauze en je maakt hem voor je eigen punt. Het punt dat je dan haalt is jouw punt en komt in de lijst terecht, ook als dat lager blijkt te zijn dan wat er in de klas uitgekomen is. De enkele keren dat we zo een toetsje gedaan hebben, is er niemand verhaal komen halen!
– De toets heeft veel minder gewicht dan de andere meer reflexieve opdrachten. Waar een gewone opdracht de weging 10 krijgt, wordt een dergelijke toets met 5 maximaal gewogen.
– Een argument dat ons wel aansprak, maar groepjes leerlingen minder: als je weet dat jouw bijdrage de rest van de klas een goed punt kan bezorgen, zul je er toch een eer in stellen om – als je aan de beeurt zou komen – je beste beentje voor te zetten; het kan toch niet zijn dat jij bereid bent de klas aan een lager punt te helpen, dat zou erg onsolidair en asociaal zijn. Je hebt dan niet de juiste klassengeest. Wie trots is in deze klas te zitten en wie goede contacten met de anderen heeft, zal toch zijn uiterste best doen om iets voor de klas te betekenen.

We horen graag wat de collegae van deze handelwijze vinden…