Steve Jobs als Messias

Hoewel ik een toegewijd, je zelfs fervent Applegebruiker sinds 1990 ben, is de massahysterie na het overlijden van Steve Jobs mij in het verkeerde keelgat gevallen. Vandaar dat ik het badinerende stuk uit de Volkskrant, op 8 oktober door Bert Wagendorp geschreven, graag doorgeef. De koppeling van elementen van Jobs leven en werken aan die van de man van Nazareth laat mooi zien hoe zelfs gewiekste marktkooplui tot een heiligenstatus kunnen geraken.

“Op 24 oktober, een maand eerder dan eigenlijk de bedoeling was, verschijnt bij uitgever Simon and Schuster de biografie van Steve Jobs. Auteur Walter Issacson voerde de laatste weken voor diens dood nog enkele laatste gesprekken met Jobs en nu is het heiligenleven bijna klaar.

Ik kan me, gezien de toon van de in memoriams, althans niet voorstellen dat het iets anders wordt.

Op de bestsellerlijst van Amazon.com staat de biografie nu al bovenaan en bij iTunes ook. Daar zal hij vermoedelijk nooit meer van de eerste plek verdwijnen, zoals in de boekwinkel van het Vaticaan de bijbel ook een eeuwige bestseller is.

Ik dacht altijd dat Steve Jobs een bijzonder goede manager en vooral een slimme marketeer was. In tien jaar tijd vervijfendertigvoudigde hij de beurswaarde van Apple, met gadgets als de iPod, de iPhone en de iPad, de iBook en iTunes.

Ik gebruik de meeste van die producten zelf, en met genoegen, dus ik vind Steve ook daarom een goeie kerel.

Maar Steve was veel meer, zo blijkt bij zijn verscheiden. In de eerste plaats moet het misverstand uit de weg dat Jobs ons zijn producten ‘verkocht’. Dat is veel te ordinair uitgedrukt. Hij ‘gaf’ ze ons. Of, liever gezegd, hij ‘gaf ze aan de wereld’. Daarmee veranderde hij deze. Hem neer te zetten als een bijdehante marktkoopman die een verdomd goede neus had voor wat zijn klanten wilden, doet afbreuk aan zijn diepere betekenis.

Hij was een ‘cultureel leider’, een ‘Einstein’, een ‘Frank Lloyd Wright’. Hij was een ‘kunstenaar’, van wie de 25 mooiste werken werden aangekocht door het MoMa in New York. Hij maakte poëzie van de technologie, hij verbond cultuur en techniek in superieure design. Hij was een visionair en een revolutionair. En dat zijn nog maar de meer bescheiden typeringen die ik her en der tegenkwam.

Hij veranderde jou en mij, zijn gelovigen. Hoe vaak keek je in 2000 op het scherm van je mobieltje? En nu? Nou dan.

Steve Jobs was, iets anders valt er niet van te maken, de messias van de digitale wereld – en het zal niet lang meer duren, of dat is de échte wereld. Hij kwam op aarde als een verschoppeling, maar stierf voor onze zonden, de aanschaf van al die pc’s met de shitsoftware van Microsoft.

Nadat hij bij zijn eigen Apple door John Sculley was verraden en gekuisigd, stond hij op uit de dood en keerde als Redder terug bij zijn volgelingen. Waarna hij Jobs koninkrijk op aarde vestigde, een prestatie die de echte Messias eerst nog maar eens moet zien te evenaren.

Alan Deutschman schreef er het boek The Second Coming of Steve Jobs over, waarmee Jobs’ goddelijke status was bevestigd.

Hij schonk ons de app.

Hoe zou het zijn met de tienduizenden Chinezen in de Foxconnfabriek in de provincie Shenzhen, waar de miljoenen iDingen worden geproduceerd en die zo’n grote rol speelt in het rendement van meer dan 33 procent dat Apple draait? Hoe is daar op de dood van de Grote Leider gereageerd?

Ik keek nog even naar Steve Jobs Bergrede, op een podium van Stanford University, uit 2005. Daar formuleerde Jobs zijn credo, dat voor zovelen op de wereld een leidraad is geworden: ‘Stay hungry, stay foolish.’ Het is wat anders dan ‘Heb uw naaste lief als uzelf’, maar het is óók een uitgangspunt.

Vlak voor zijn dood gaf Steve Jobs zijn ondergeschikten nog enkele adviezen over de lancering van de nieuwe iPhone.

Of hij ook nog de hand heeft gehad in zijn eigen iconisering weet ik niet. Maar zijn lancering naar het Hogere was in elk geval een zeer geslaagde. Ik ga de hagiografie zeker kopen.”