The postsecular society

In Te Denken Geven 4, hoofdstuk 3 gaat het over de crisis van de levensbeschouwingen, culminerend in het verlies van de geloofwaardigheid van de grote verhalen en de alternatieven die uit deze crisis zijn voortgekomen. Een belangrijk onderdeel van het hoofdstuk is de verlichting, die zich als alternatief voor het christendom sinds de Franse revolutie heeft geafficheerd en pocht dat met haar opkomst de religie een zekere ondergang tegemoet gaat. In de documentaire ‘The Postsecular Society’ wordt deze visie met verve ondergraven door Charles Taylor, Karen Amstrong en John Gray. Zij maken ons duidelijk dat de religie nooit weg is geweest uit de samenleving en dat veel zogenaamde seculiere projecten door en door religieus genoemd kunnen worden. Hieronder de samenvatting van de documentaire, die 28 december 2008 door de BOS werd uitgezonden en ongeveer 45 minuten lang is.

Toespraak van Habermas over dit begrip: Waarom kunnen geseculariseerde samenlevingen post seculier genoemd worden. Religie heeft nog steeds invloed en relevantie. De these van de verlichting dat de religie zou verdwijnen als gevolg van de modernisering verliest terrein.

Gesprek met Charles Taylor
Hij schreef ‘the secular age’ over de geschiedenis van het secularisme met als hoofdvraag: “Hoe kan het dat we in 1500 allemaal religieus waren en het anno 2008 heel normaal vinden om dat niet te zijn?
Het modernisme zou leiden tot terugtrekken van religie uit het publieke domein en verval van religieuze praktijken. Theorie blijkt niet te kloppen. Trek naar de steden leverde methodisme en pinksterbeweging op. Er vindt ook een verandering van religie plaats, nieuwe soorten religie duiken op. New Age is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Mensen zeggen: “Ik ben niet religieus, ik ben spiritueel.”
Verval is ook niet algemeen. In een moderne natie als de VS zijn heel veel mensen nog steeds praktiserend.
Vroeger was je katholiek, later protestant binnen een natie: dat bepaalde je identiteit. Nu wonen mensen met verschillende levensbeschouwelijke overtuigingen in hetzelfde land en bepaalt de religie niet meer de identiteit. Wat je wel ziet is de opleving van sterke nationalistische tendensen met een religieuze lading.

Karen Armstrong
Religie gaat meer over dingen doen dan dingen denken. Mensen proberen boven het dagelijkse leven uit te stijgen en transcendentie te ervaren. Voornamelijk door spirituele oefeningen. Centraal in alle religies is de praktijk van mededogen. Alle religies melden dat in het centrum van hun geloof de gulden regel staat: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Dat vereist dat we ons voortdurend van ons ego moeten ontdoen. Als je je ego ontstijgt, breng je jezelf in verband met transcendentie.
Vanaf de grotten van Lascaux en Altamira hebben gelovigen moeite gedaan voor hun godsdienst; tegenwoordig zie je mensen die dat niet meer willen. Hoewel het een complex verschijnsel is, kunnen we wel zeggen dat het in Europa te maken heeft met de afschuwelijke ervaring van de twintigste eeuw. Onze moderniteit is extreem gewelddadig doordat ze ons in staat heeft gesteld doelmatiger dan ooit te moorden.
Dat heeft de idee van een welwillende goede God aan het wankelen gebracht, terwijl de moderne wetenschap heeft bewezen dat een Schepper nu problematisch is. Vroeger hadden mensen een idee van God dat veel meer te vinden is in boeddhisme, taoïsme en andere oosterse denkwerelden. Daar wordt gezegd dat het bijna niet mogelijk is een beeld van God te hebben. Het probleem is dus deels dat mensen een te beperkt beeld van God hebben.

John Gray
Gray maakt in zijn laatste boek duidelijk hoe onze westerse seculiere denkbeelden geworteld zijn in de aloude religieuze tradities.
Traditionele denken over secularisme houdt er geen rekening mee dat hun denkbeelden over een seculiere maatschappij geworteld zijn in de westerse religie, met name in het christendom. Augustinus onderscheidde al de stad van God van de stad van de mens. Of kijk naar de uitspraak van Jezus: “Geef de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt…” De scheiding tussen een geestelijk en seculier rijk is de erfenis van de westerse godsdienst.
Je kunt atheïst worden en denken dat je volledig seculier bent geworden, maar tegelijkertijd ontkom je niet aan de diepgaande invloed van jodendom en christendom op ons denken.
Het voorbeeld van Dawkin, die een serie over Darwin gemaakt heeft, zegt zowel aan het eind van het boek ‘de zelfzuchtige genen’ als aan het eind van de serie:”De mens is het enige dier dat de vrijheid heeft om in opstand te komen tegen hun genetisch programma.”
Gray: “Waar komt die vrijheid vandaan? Is dat wetenschappelijk onderbouwd? Het geloof in een vrije wil komt uit het westerse monotheïsme, niet uit de wetenschap.”
Taylor: “De wetenschap doet, anders dan religie, niets met de belangrijke levensvragen. Wat is de zin van het leven? Wat is echte goedheid? Waarnaar moeten mensen streven? Hebben we hulp van buitenaf nodig? De natuurwetenschappen zijn niet eens in staat te verklaren waarom we staten hebben en waarom de geschiedenis zo is gelopen. Dat kun je niet verklaren uit de structuur van de hersenen. Het idee dat de wetenschap dezelfde vragen beantwoordt als religie is gewoon belachelijk.
Religie leidt tot geweld. Ja inderdaad, helemaal waar. Maar atheïstische ideologieën evenzeer. In de twintigste eeuw hadden we Stalin, Pol Pot en Hitler.
Gray: Enkele honderden jaren geleden raakte het christendom in verval. Maar het is niet zo dat zijn invloed op het denken in het algemeen afnam. De stromingen die op het christendom een aanval en een reactie waren moesten wel dezelfde psychologische behoeften bevredigen als het christendom eerder deed. Maar ze erfden ook dezelfde denkpatronen. Het idee dat de geschiedenis een soort vertelling was met een soort einddoel of zelfs de uiteindelijke verlossing van de gehele soort bleef bestaan. Diverse filosofieën in de 19e eeuw hadden dezelfde structuur. Het marxisme allereerst, dat de geschiedenis voorstelde als een serie conflicten die leidden tot het wereldcommunisme. Het idee dat de geschiedenis een eind heeft, is een religieus idee.
Het vrije markt denken, of liever de vrijemarktideologie, reproduceerde of herhaalde een eerder denkpatroon van eind negentiende eeuw. Spencer schreef toen al over een globale markt, waarin alle bestaande conflicten opgeheven zouden zijn en armoede en oorlog verdwenen waren.
Taylor: Religie is nooit weggeweest. dus het idee van ‘post-seculier’ is dan ook nonsens, tenzij je het ziet als een besef dat we ons vergist hebben, dat religie namelijk een factor blijft om rekening mee te houden.
Habermas: IK maak onderscheid tussen seculier en secularistisch. Je hebt de onverschillige houding van een seculier, niet gelovig persoon die agnostisch relateert aan religieuze argumenten. Secularisten nemen daarentegen een polemische houding aan tegen religieuze doctrines die publieke invloed behouden. Secularisme gaat tegenwoordig vaak uit van de natuurwetenschappen die zich baseren op sciëntistische aannames.
Armstrong: sommige godsdienstige mensen kan verweten worden dat ze de wetenschap de rug toekeren. Je ziet het bij christenen die bepaalde bijbelteksten op een moderne letterlijke manier lezen, zoals de schepping door God in zes dagen.
Wetenschap en kunst zijn verschillend, maar er moet contact tussen zijn, omdat de waarheid een is. Zij citeert Augustinus uit de vijfde eeuw: als een interpretatie van de bijbel in strijd is met de wetenschap, moet je die bijbeltekst anders lezen.
Calvijn: voor wetenschap moet je niet in de bijbel zijn, maar daarbuiten.
Gray: In oosterse religies is er een veel diffuser onderscheid tussen mens en niet-mens. Als Darwin destijds in het oosten zijn evolutietheorie gelanceerd zou hebben, zou er nauwelijks rumoer zijn geweest, omdat dat paste binnen de gangbare denkbeelden.
Taylor: Keats zei dat Newton de schoonheid van de regenboog vernielde door die te verklaren. Mensen zijn daardoor teleurgesteld. Of dat zo is hangt af van je houding ten opzichte van de wetenschap; je kunt zoals Dawkins, zeggen dat alles wetenschappelijk te verklaren is. Maar de wetenschap kan onze verwondering over de regenboog nooit verklaren. Wetenschappelijke verklaringen worden soms op zo’n manier beleefd en aangenomen als levensfilosofie dat die verwondering denigrerend wordt afgedaan als een subjectieve reactie. Als je zelf die opvatting over de wetenschap aanvaardt, raakt de wereld voor jou onttoverd. Maar het is een hele goede vraag: waarom zou een wetenschappelijke verklaring de geldigheid van je verwondering per se ondermijnen?
Gray: het idee van ordening en wetmatigheid, die we in de natuurwetenschappen tegenkomen gaat uit van een verklaring voor alles: een metafysische visie die de wereld beschouwt als constant en wetmatig. Dat idee is uiteindelijk ook religieus. Als je sceptischer bent, zeg je: het kan waar zijn, maar dat hoeft niet. Misschien is de wereld deels wetmatig maar op andere delen chaotisch. En aangezien onze ideeën over chaos en orde deels antropomorf zijn kan dat wat wij beschouwen als totaal chaotisch ook andere verschijnselen bevatten die anderszins wetmatig zijn.
Het idee van een universeel systeem van wetten die herleid kunnen worden tot enkele algemeen geldende wetten gaat uit van een natuurlijke orde die wellicht niet bestaat.
Taylor: Het belangrijkste is dat mensen diep van binnen voelen dat er meer is dan welvaart. Zelfs succesvolle mensen zeggen: er is iets wat ik moet voeden. Er is een vaag gevoel dat iets niet gevoed wordt. Het lijkt een beetje op iemand die een fantastisch stuk muziek ontdekt dat hij nog niet kende. Dan denkt hj: waaw, Beethovens laatste strijkkwartetten. Hij denkt: dit zegt me iets, dit voedt mij. Dit voedt een honger waarvan ik niet wist dat ik hem had.
Gray: ik denk dat de behoefte aan mythe en religie geprogrammeerd is in de menselijke soort. Misschien komt dat door ons doodsbesef. Andere dieren hebben dat niet of verwerven het niet gemakkelijk. Mensen moeten hun leven bekijken. Alle menselijke culturen hebben mythen en religieuze tradities gehad die hen in staat stelden om hun leven als samenhangend verhaal te zien. Dat gaat niet weg. Een grote 20e eeuwse verlichtingsdenker Freud doe nogal vijandig tegenover religie stond ontwikkelde later in zijn leven een subtielere visie op religie. Hij erkende de positieve effecten die religie heeft gehad op het leven in het westen. Maar ook toen hij zeer vijandig tegenover religie stond stelde Freud dat wat hij een illusie noemde niet per se onwaar hoefde te zijn. Hij zei: illusies zijn overtuigingen die we aanhangen zonder bewijs. Ze kunnen deels waar zijn maar we hangen ze aan uit bepaalde psychologische behoeften: de behoefte aan troost of aan de zin van ons bestaan. Hij dacht dat religie niet zou verdwijnen maar altijd een sterk element van het menselijke leven zou zijn. In dit opzicht lijkt het op seks, op de behoefte aan seks. Als de behoefte aan seks wordt onderdrukt, verdwijnt hij niet. Hij verschijnt opnieuw in groteske en bizarre vormen.
Armstrong: een bijzonder aspect van de menselijke geest is dat hij ervaringen, aspiraties en verlangens heeft die uitgaan boven hetgeen hij conceptueel kan bevatten. Daarnaast zijn we wezens die betekenis zoeken. Voor zover we weten doen andere dieren dat niet. Je ziet een hond niet worstelen met zijn positie of piekeren over het lot van honden elders op de wereld.
Wij worden heel gemakkelijk wanhopig als we geen waarde en betekenis kunnen geven aan ons leven. Religies hebben ons geholpen met de overtuiging dat het leven uiteindelijk betekenis en waarde heeft ondanks al het deprimerende bewijs van het tegendeel. Soms worden zulke betekenissen te simplistisch uitgedrukt zoals ‘in de hemel komen’ Maar mensen hebben betekenis in hun leven nodig. Ik denk dat sommige mensen hebben ondervonden dat het secularisme hun dat niet biedt. Voor anderen ligt dat anders. Anderen hebben besloten dat ze geen transcendentie meer willen zoeken in een kerk of een moskee.Zij vinden het in kunst, muziek, in ethiek of goede werken. Of zelfs sport, Sommigen zoeken het in drugs. Maar we blijven de neiging houden om te zoeken naar transcendentie.
Gray: Religie, mythen horen bij het menszijn. De behoefte aan mythen de behoefte aan verhalen, beelden en symbolen die het menselijke leven zin geven lijkt universeel te zijn. In een post-seculier tijdperk vullen oude en neo-fundamentalistische vormen van religie het vacuüm dat voortkomt uit de ineenstorting van seculiere projecten die zelf gevormd waren door religie. Het is paradoxaal: enerzijds is er nooit een seculier tijdperk geweest. dat was gewoon het tijdperk van ‘gemorste religie’ , van seculiere projecten die werden uitgedrukt in religieuze termen. Dat is nu voorbij. In die zin zijn we post-seculier. Ik geloof niet dat we onze religieuze erfenis kunnen uitroeien. Ik vind dat ook niet wenselijk. De westerse religieuze traditie was in sommige opzichten schadelijk. Ze is volgens mij buitensporig antropocentrisch. Mensen zijn de enige wezen die er echt toe doen. Die opvatting is overgenomen door diverse seculiere projecten zoals het communisme en marxisme. Dat leidde tot enorme milieuverontreiniging in de voormalige Sovjet-Unie en in maoïstisch China. Veel erger dan wat ook in het kapitalisme. Daarom kritiseer ik bepaalde aspecten van de westerse religie. Ik behoor zelf niet tot een religie. Maar het ideaal van tolerantie komt uit het jodendom en het christendom. Als we de westerse religie uitroeien en verbannen uit school zoals radicale secularisten willen, zou dat een ramp zijn. Dan zouden we onnoemelijk veel meer verliezen dan er te winnen valt.
Armstrong zegt dat de religies sterker de nadruk moeten leggen op compassion, het geven om anderen buiten je eigen groep.