Trouwen en scheiden in Nederland

Ik neem aan dat collega’s die zich met bepaalde thema’s bezighouden proberen de laatste gegevens aan de leerlingen door te geven en hen te vragen, wat hen die cijfers te zeggen hebben. De reactie op bepaalde cijfers zegt vaak heel veel over de levensbeschouwelijke standpunten die leerlingen innemen.
Hieronder een informatief stuk uit het Nederlands Dagblad van 20 oktober 2010:
“Trouwen is populair, maar de huwelijken zijn de laatste jaren minder standvastig geworden. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek woensdag op basis van het Onderzoek Gezinsvorming, een steekproef die om de vijf jaar wordt gehouden.

Van de stellen die begin jaren negentig trouwden, zal binnen twintig jaar een kwart zijn gescheiden. Uit eerdere cijfers bleek dat van de huwelijken die rond 1970 waren gesloten, een op de zes na twee decennia op de klippen was gelopen. Het aantal huwelijken dat geen stand houdt, neemt in die vergelijking dus toe.

Kritischer
Huwelijken houden minder stand omdat de echtelieden over het algemeen kritischer zijn geworden. Dat betoogt Jan Latten, woordvoerder van het CBS en hoogleraar demografie van de Universiteit van Amsterdam naar aanleiding van cijfers van het bureau die woensdag bekend werden. Daaruit blijkt dat huwelijken de laatste jaren eerder stranden. Emancipatie, eerst een tijdje alleen wonen en eerst samenwonen zorgen voor echtelieden die meer eisen van hun partner en het huwelijkse leven. ,,Partners zijn minder bereid zich in de relatie veel aan te passen,” aldus Latten. ,,Vroeger was veel vanzelfsprekend. Een vrouw verhuisde mee als de man ergens anders ging werken. Nu wordt er gedebatteerd, zijn er potentiele splijtzwammen. De een wil veel kinderen, de ander niet.”

Uit de cijfers vanaf 1950 van het CBS blijkt dat 1970 het ‘topjaar’ was wat betreft aantallen huwelijken. In dat jaar werden 123.631 paren in de echt verbonden. De decennia daarna is dat langzaam afgenomen tot het ‘dieptepunt’ in 2005 met 72.263 huwelijken. Vorig jaar wisselden 73.477 paren het jawoord. Wat scheidingen betreft spande 2001 de kroon met 37104 paren die het niet meer met elkaar uithielden. Gemeten vanaf 1950 heeft 1958 in de CBS-statistieken met 5280 het laagste aantal huwelijksontbindingen.
Vorig jaar gingen 30779 stellen uiteen. “Een partner heb je om permanent gelukkig te zijn. Anders hoeft het niet,” zegt Latten. “Als het huwelijk niet zo perfect is, denkt men eerder dan vroeger aan scheiden. De echtelieden vragen zich af: hoe was het toen ik alleen was? Wat voegt de relatie toe aan mijn geluk? Dat alternatief was er vroeger niet.”
Economie

Een betrekkelijk nieuw effect in de huwelijkscijfers is volgens Latten de stand van de economie. Ontevreden stellen blijken hun scheiding uit te stellen omdat ze er rekening mee houden dat ze hun huis niet kunnen verkopen. Ook huwelijken worden uitgesteld als er een dip in de economie is. “Je ziet nu dat een meerderheid trouwt als er een kind is. Men woont toch al samen en het gaat goed. Laten we gaan trouwen en een feest geven. Maar als het slecht gaat in de economie wordt er bezuinigd, ook op het trouwen.””