Uit de sectie geklapt

De afgelopen jaren hebben we een groot aantal projecten geschreven, die de basis vormden voor het curriculum, dat we op mijn oude school, het Newmancollege, hebben kunnen invoeren. Verdergaand overleg zorgde ervoor dat we momenteel alweer enkele jaren een serie boeken onder de titel ‘Te Denken Geven 1 t/m 5’ het licht hebben doen zien. Uiteraard was dat curriculum sterk gekleurd door de opvattingen van de langst lesgevende docent. Maar nieuwe meesters hebben ook nieuwe bezems, die door de kamers van de oude meester gaan.
In die situatie komt de sterke kant van ons gehanteerde systeem naar voren.
Allereerst: de school accepteert dat we elk jaar onze boeken vernieuwen, omdat de prijs die ervoor betaald moet worden, duidelijk minder is dan andere secties voor hun boekenfondsuitgaven doorgeven. Als de boeken van een sectie veertig euro kosten en ze vier jaar mee moeten gaan, kan de sectie levensbeschouwing haar boek van tien euro vier keer aanschaffen.
Ten tweede: aan de kant van de uitgeverij zit de mogelijkheid om in te spelen op de wensen van de sectie, aangezien zij werkt met haar drukkers op basis van het printing-on-demandsysteem. Dat maakt het voor een school mogelijk om haar eigen curriculum te assembleren met het materiaal dat we zelf al hebben en materiaal wat een sectie wil toevoegen.

Het voorbeeld van het Newmancollege

Klas 1

In de editie van 2012 was een hoofdstuk ‘levensvragen dringen zich aan ons op’ geschrapt. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk ‘kijken naar elkaar’.
De ervaringen van het afgelopen jaar leidden ertoe dat in de editie 2013 het verdwenen hoofdstuk weer terug is, en dat het hoofdstuk ‘kijken nar elkaar’ voor een deel verdwijnt, voor een ander deel naar achteren wordt geschoven.

Klas 2
De gesprekken over klas twee, waarin aandacht besteed wordt aan de mensen van het boek, leverden op dat de niet-westerse godsdienstige levensbeschouwingen er bekaaid van af komen. Daarom werden de hoofdstukken over de mensen van het boek voor een deel ingekort en enkele moesten verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwam een hoofdstuk over het hindoeïsme.

Klas 3
Was in 2012 het hoofdstuk over levensbeschouwing en film naar klas vier verplaatst, omdat dat precies paste bij ‘levensbeschouwing en de kleine verhalen’, in de editie 2013 komt het weer terug naar de derde. Enkele redenen: het vierdejaars programma is al overvol en de diepgang komt in het gedrang als we de er materiaal aan toevoegen. Het werken met portfolio-opdrachten levert op bepaalde momenten van het schooljaar erg veel werk op en we moeten zien te vermijden dat die pieken precies in de dagen voor het inleveren van de cijfers opduiken. Door levensbeschouwing en film aan het eind van het jaar te plannen hebben de docenten meer tijd om het voorhanden ingeleverde materiaal na te kijken, aangezien het bij levensbeschouwing en film meer gaat om een klassengesprek over de voorbijkomende levensvragen dan om het schrijven en inleveren van een doorwrocht essay.
Als tegenhanger van de hoofdstukken over het hedonisme, dat hier en daar veranderd is, hebben we een hoofdstuk over het boeddhisme opgenomen.

Klas 4
Zoals gezegd is ‘levensbeschouwing en film’ verdwenen, evenals het hoofdstuk over Oliner en het altruïsme. In de hoofdstukken over relaties en seksualiteit zijn enkele als moeilijk ervaren hoofdstukken verdwenen, maar er is nog geen goed alternatief voor gevonden.

Klas 5 havo en vwo
Voor het eerst hebben we gemeenschappelijk boek voor 5havo en 5vwo. Voor de havo zal het te veel zijn, omdat die een half jaar levensbeschouwing hebben. Maat de docent kan nu ervoor kiezen wat meer zappend met de eindexamenleerlingen langs diverse onderwerpen te gaan. Per slot van rekening is de lessituatie in een havo 5 die eindexamen gaat doen een andere dan die van v5, waar het nog anderhalf jaar van het eindexamen is en van wie ook een hogere en grotere intellectuele inspanning gevraagd kan worden.
De hoofdstukken over ‘zin, onzin en zelfdoding’ uit de editie 2012 zijn verdwenen, omdat een andere docent de lessen gaat geven. Aan de hoofdstukken over ‘levensbeschouwing en geld’ is een hoofdstuk toegevoegd waarin de leerlingen onderzoek doen naar hun eigen moneymindset ofwel geldwaardepatroon. Eveneens zijn enkele hoofdstukken toegevoegd over ‘vindplaatsen van het religieuze’ en ‘de ontmoeting met God in ‘Joan of Arcadia’.

Met goede moed zijn de docenten weer aan het nieuwe schooljaar begonnen, zullen in de komende maanden nadenken over wat we van de leerlingen mogen vragen, wat in een goed curriculum levensbeschouwing moet zitten en tegen het eind van het jaar zullen ze veranderingen en nieuwe wensen bij de eindredacteur neerleggen. Per slot van rekening veranderen docenten, leerlingen en de werkelijkheid. Waarom zou dat dan niet kunnen en moeten gelden voor het materiaal waarmee ze elk jaar weer werken?