Van kwantiteit naar kwaliteit

Relaties tussen mensen bestaan in allerlei soorten. Het varieert van de intense betrokkenheid van mensen die elkaar in de ogen hebben gekeken en hopeloos verliefd zijn tot de onverschillig naast elkaar in de schoolbanken zittende leerlingen, die niets van elkaar weten en niets met elkaar te maken willen hebben. Door het alfabet en een mentor zijn ze echter tot elkaar veroordeeld.
Opmerkelijk vind ik het gedrag van mensen, die in termen van kwantiteit over hun relaties spreken liever dan in kwaliteit. Leerlingen schrijven in hun teksten over de tientallen vrienden die ze hebben. Waarbij tussendoor ook nog even een onderscheid gemaakt wordt tussen vrienden en ‘echte’ vrienden. Nog verwarrender: zijn de vrienden de mensen die ik kennissen noem en de echte vrienden de mensen die aan een duidelijke definitie van vrienden voldoen?
Kwantiteit vind je ook op Facebook: vol trots schrijft iemand in een levensbeschouwelijk dagboek over vriendschap dat zij niet minder dan 250 vrienden heeft. Hoort iemand anders dat, dan heft hij triomfantelijk zijn hand op en vraagt om aandacht: ik heb er 325. Baas boven baas.
Vrienden op Facebook geven je een vertekend beeld van hun leven. Alledaagse dingen, zaken waar je trots op kunt zijn of anderen de ogen mee uit kunt steken, komen om de haverklap langs. Nooit de andere kant van de medaille: verdriet, teleurstelling, eenzaamheid, mislukkingen, het bestaat allemaal niet op facebook. Ook hier meer kwantiteit dan kwaliteit, want als facebook werkelijk het levensverhaal van iemand vertelt, dan is het een wel zeer armetierig bestaan, oppervlakkig en nietszeggend.
Hetzelfde geldt voor de school, zowel voor leerling als docent. Je kunt in een klas of in een personeelskamer zitten en geen weet hebben van wat er in anderen omgaat of wat er met anderen gebeurt. Je zit in een grote groep en wat je ervaart is nietszeggend en oppervlakkig gedaas en geleuter.
Als je je afkeert van kwantiteit en je meer oog voor kwaliteit van relaties wilt hebben, wat doe je dan? Hoe kun je onderscheid maken tussen een onbeduidende, betekenisloze relatie en een die er wel toe doet? Waar moet je dan naar kijken?
Mijn eigen oplossing zoek ik in het volgende twee vragen: 1. kan ik twee vragen aan je stellen die over jou gaan en waardoor je een verhaal gaat vertellen dat iets over jou zelf zegt. Iedereen heeft weleens over zichzelf iets losgelaten dat vervolgens wegzakt. Stel: je hebt drie maanden geleden een oma verloren die je dierbaar was. Als ik je dan morgen vraag, hoe het nu met je is, of je nog steeds aan je oma denkt, dan weet je dat de ander zich bij je verdriet betrokken voelt en krijg je ook het vertrouwen dat je gerust over je verdriet en huilpartijen kunt praten.
Mijn tweede vraag is vervolgens: kun jij twee vragen aan mij stellen, waardoor ik mijn verhaal kan vertellen en jij meer over mij te weten komt. Zonder wederzijdse – het moet niet altijd van een kant komen – betrokkenheid zal de relatie snel verwateren en overgaan.
Ik heb het hier niet over liefdes- of vriendschapsrelaties: daar moet je meteen twee keer ja horen, anders is er iets aan de hand. Het gaat mij hier om de alledaagse relaties waarmee we te maken krijgen: ook daar is meer te halen dan we soms denken. Een goede buur is nog steeds beter dan een verre vriend, zegt het spreekwoord.
Je zou de proef op de som kunnen nemen en om je heen kijken om te zien bij welke mensen mijn twee vragen met ja beantwoord kunnen worden.
Noem me gerust een pessimist: als het aantal werkelijke vrienden op de vingers van een hand te tellen valt, dan zal het aantal betekenisvolle alledaagse relaties waarschijnlijk de twee handen niet overschrijden.
[Verschenen in Keten nr. 366, november 2011]