Welke leerling krijgt meer aandacht?

Ik heb iets met afvinklijsten. Ze geven me een prettig gevoel dingen onder controle te hebben en al vinkend besef ik dat ik op weg ben om de klus te klaren. Vandaar dat ik Atul Gawande’s boek ‘Het checklist manifest’ graag op mijn verlanglijstje zette en het tot mijn genoegen ook voor mijn verjaardag mocht ontvangen. De man is chirurg en schreef zijn boek met name om de fouten die in ziekenhuizen gemaakt worden te verkleinen. Hij schrijft: “In 2004 voerden chirurgen jaarlijks ongeveer 230 miljoen operaties uit – een op iedere 20 mensen op onze planeet – en dat is sindsdien waarschijnlijk alleen maar meer geworden. Het aantal ingrepen is zelfs zo sterk toegenomen dat er nu vaker een operatie wordt uitgevoerd dan dat er een kind wordt geboren; alleen het sterftecijfer ligt tien tot honderd keer hoger. (…) Tenminste zeven miljoen mensen komen tijdens een operatie te overlijden of raken blijvend gehandicapt ieder jaar, wat betekent dat de chirurgie ongeveer even schadelijk is voor de mens als als malaria, tbc en andere traditionele gevaren voor de volksgezondheid.”
In zijn boek geeft hij een voorbeeld dat me aan het denken zette. Lee Roth, de bandleider van Van Halen liet in elk contract met een concertpromotor de clausule opnemen, dat er backstage een schaal met M&M’s moest staan, waar niet één bruine in mocht zitten, want anders zou het concert niet doorgaan en moest de band financieel volledig gecompenseerd worden.
Roth schreef daar later over: “De bijlage bij het contract leek wel een Chinese Gouden Gids, zoveel spullen hadden we bij ons: negen propvolle vrachtwagens met wel achttien wielen. De M&M-clausule zat verstopt in het midden van de bijlage als artikel 126. Als ik backstage kwam en ik zag een bruine M&N in die schaal, dan liepen we dus de hele productielijn nog een keer na, Gegarandeerd dat je dan op een technische fout stuitte.”

Met andere woorden, wie de bijlage zorgvuldig doorwerkte, kwam de schaal met M&M’s tegen en handelde volgens de overeenkomst. Wie er met de pet naar gooide, liet de schaal meestal ongemoeid, maar liet daarmee ook andere steken vallen.

Dit lijkt me een aardig uitgangspunt voor mijn opdrachten levensbeschouwing. Ik moet toegeven dat ons huidige model, dat van het creëren van een portfolio, de behoefte om intens de inhoud te controleren minder maakt. In de eerste plaats ga ik er van uit dat de leerling zijn opdracht maakt binnen de formele grenzen die ik aan die opdracht gesteld heb. Dat betekent dat ik de leerling bij de opdracht een soort checklist lever:
– Zijn twee levensbeschouwelijke vragen aan de orde gesteld?
– Heeft de uitwerking van iedere vraag een omvang van minimaal anderhalf kantje?
– Heb je gebruikgemaakt van de opvattingen in het boek?
– Kom ik verwijzingen naar gebruikt audiovisueel materiaal, lesverslagen of andere bronnen tegen?
– Geef je de ideeën van de besproken schrijvers juist weer?
– Zijn de bronnen ook aangegeven?
– Heb je geen plagiaat gepleegd en geen teksten zonder bronvermelding opgenomen?
– Heb je tussenkoppen gebruikt?
– Is je tekst evenwichtig in alinea’s verdeeld?
En eventueel andere zaken die ik belangrijk vind.

Mijn gedachte is om tussen deze serieuze eisen ook een triviaal afvinkertje te plaatsen, bijvoorbeeld – Heb je op pagina 2 boven de eerste regel de code BZN2011 geplaatst? Het slaat nergens op, maar het geeft wel te denken als het niet terug te vinden is.

Mijn idee is om deze afvinklijst ook op de elo te plaatsen en de leerling opdracht te geven de afvinklijst aan het begin van de uitwerking van de opdracht te plaatsen en ook aan te geven wat ervan gedaan is. Een leerling die er min of meer met de pet naar gooit, zal alles aanvinken, maar de gevraagde code vergeten aan te brengen.

Mijn ervaring is dat je bij een groot aantal leerlingen – zeker als je niet met cijfers achter de komma werkt – bijna van tevoren weet wat zhij zal hebben. Leerlingen presteren meestal op een gelijk niveau en wijken daar nooit ver van af. Door te werken met de afvinklijst waarin een levensbeschouwelijke M&M verstopt zit, krijg je snel door welke leerlingen zorgvuldig werken en welke niet. Mijn eigen ervaring zegt ook dat ik de uitwerkingen van de laatste groep met meer aandacht zal doorlezen dan die van de eerste. Gezien de grote aantallen opdrachten vind ik dat een aanvaardbare vorm van tijdsmanagement. Of zie ik het verkeerd?