Wie ben ik boek

Ik! Wie is dat?

Uit de achterflap: “In het boek “Ik! Wie is dat?’ word je aangespoord om na te denken over wie je bent en wat jij nu juist jou maakt. We willen allemaal iemand zijn of iemand worden. Maar wie en waarom? Ben je wel wie je wilt zijn of speel je een rol?……”
Het boek is speciaal voor jongeren vanaf tien geschreven door professoren van de Kinderuniversiteit van Tilburg.
ISBN: 978 90 487 0653 2 Prijs 14,95
www.dekinderuniversiteit.nl
www.zwijsen.nl

Deze tekst is ook als pdf te downloaden: IK!_Wie_is_dat.pdf

Mijn oordeel
Een fijn boek om aan puberende zoon of neef danwel dochter of nichtje te geven.
Een boek dat een aantal themata aanroert, waarvan de docent levensbeschouwing zich duidelijk af moet vragen of ze in zijn curriculum aanwezig zijn.
Een boek dat duidelijk maakt dat levensbeschouwing uiteindelijk het schrijven van je eigen levensverhaal is.
Een boek dat duidelijk maakt dat het levensbeschouwelijk dagboek een integrerend bestanddeel van een levensbeschouwelijk portfolio dient te zijn.
Een boek dat ook laat zien dat voor levensbeschouwing een groot aantal Bezugswissenschaften aanwezig dienen te zijn om leerlingen verantwoord in te leiden in de wereld van hun eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling.

Wie meer over de inhoud wil weten, kan hieronder een samenvatting van de verschillende hoofdstukken vinden.

Ik ben wie ik ben en wie ik wil zijn [Wie ben ik?]
Het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ is afhankelijk van de plaats, tijd en persoon die de vraag stelt. De psychologen Kuhn en Portland vroegen mensen in 20 verschillende situaties antwoord op de vraag te geven. Als je kijkt naar de punten die op alle lijstjes staan, kom je toch tot een soort kern van jezelf, volgens hen.
Wie ik kan zeggen, heeft zelfbewustzijn ontwikkeld: een kind van twee noemt zichzelf bij de voornaam, zal het niet over ik hebben; een kind van vier al veel meer.
Waar dat zelfbewustzijn zit, is niet precies aan te geven; het blijkt in ieder geval niet op één plaats te zitten.
Je ben ik, van top tot teen. Als je een teen verliest, ben je dan nog jij? De meeste mensen zeggen ja, maar als je een beroemde toptennisser bent en door het verlies van die teen geen bal meer raak slaat, verandert dan je ik?
We leven in een tijd, waarin niet meer anderen zoals ouders en omgeving bepalen wat jij doet en gaat worden en denken, maar we leven in een iktijdperk. Wie je bent, je identiteit, bepaal je steeds meer zelf. Je identiteit is een optelsom van wat je gegeven is, wat je overkomt en wat je er zelf van maakt.
We hebben verschillende ikken in ons leven, met andere woorden, we spelen verschillende rollen, afhankelijk van de positie die we telkens innemen. Tegelijk kijken we niet naar anderen als mensen die rollen spelen: “Alles wat iemand doet en zegt, schrijven we toe aan die persoon.”

Je bent nooit alleen op de wereld [Ik, jij en wij]
Al in de oertijd leefden mensen in groepen. Dat was nodig om samen te jagen en samen te vechten tegen gevaarlijke gebeurtenissen of dieren of mensen.
Lid zijn van een groep bepaalt een deel van je identiteit. Je vertelt dat je dit bent, maar tegelijk ook, dat je dat niet bent.
Bij groepsgevoel hoort ook een ‘wij tegen zij’ gevoel. Je vindt dat de mensen in jouw groep slimmer, eerlijker en mooier zijn dan de mensen in een andere groep. Dat betekent dat jij dus ook mooier, slimmer etc, bent, want jij behoort tot die groep. Op die manier krik je je gevoel van eigenwaarde op.
We komen er dan ook sneller toe om de negatieve dingen aan HEN toe te schrijven, want WIJ doen zulke dingen niet.
We willen ook graag erbij horen, we zijn niet graag buitenbeentje. Mensen gaan heel ver om niet van de groep af te wijken. Het experiment van Asch laat zien dat mensen geneigd zijn de meerderheid van de groep te volgen, ook al is het zonneklaar dat het antwoord van die meerderheid fout is.
Wie zich niet wil aanpassen aan de groepsdruk, heeft het niet altijd gemakkelijk en moet over een positief zelfbeeld beschikken. Als je bereid bent, aan te geven dat je het er niet mee eens bent, is de kans groot, dat anderen ineens het met je eens durven te zijn. Opmerkelijk t.a.v. een positief zelfbeeld is, dat mooie mensen niet altijd gelukkiger of zelfverzekerder zijn dan minder mooie mensen. Hun probleem is dat ze vaak niet weten of ze gewaardeerd worden wegens hun mooie uiterlijk of om wat ze gepresteerd hebben. Daardoor twijfelen deze mensen vaak aan hun kunnen.
Ook in de verschillende groepen waartoe je behoort speel je altijd sociale rollen.

De oma van je oma, van je oma, van je oma [Ben ik een aap]
Honderdduizend oma’s geleden komen we uit bij een vrouw die twee miljoen jaar geleden leefde, een Australopithecus, een aapmens. Nog verder terug vinden we de mensaap-oma, die twee kinderen kreeg. De ene is stammoeder van de mens, de ander van de chimpansee, met wie we 99 procent van het DNA delen.
Dankzij de evolutie hebben de mensen zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, waardoor ze niet ten onder zijn gegaan, zoals andere diersoorten, die zich niet konden aanpassen.
Wat de mens is is een discussiepunt. Voorbeeld is het eten van vlees. Volgens de darwinisten is vlees eten natuurlijk, want de energie die uit vlees komt hebben we nodig gehad om onze grotere hersenen te ontwikkelen.
Daar staan de kantianen tegenover: mens is wie nee kan zeggen tegen zijn natuurlijke neigingen.
Darwin zegt we onszelf gerust een aap kunnen noemen. Kant zegt dat de mens een zelfbewust wezen is met een vrije wil, met verantwoordelijkheid. Dat heeft een dier niet. Als een hond een kind bijt, wordt niet de hond maar de eigenaar aansprakelijk en verantwoordelijk gesteld.

Stamppot of Allah [Wij en zij]
Twintig procent van de Nederlanders heeft buitenlandse wortels. Dat was honderd jaar geleden heel anders. Je woonde in een kleine gemeenschap, trouwde werkte en stierf in die gemeenschap en je kwam zelden buiten die gemeenschap. Dat is nu anders. En aan mensen die niet dezelfde achtergrond als zijzelf hadden moesten veel Nederlanders erg wennen. Anders zijn is een rare zaak, vonden ze. Hun vertrouwde beelden van Nederland en de Nederlander verdwenen en dat maakte hen onzeker en ze voelden zich onveilig.
We zullen nu moeten leren leven met de multiculturaliteit van de Nederlandse samenleving. Als mensen elkaar ontmoeten en elkaars gewoonten leren kennen en begrijpen, wordt de kloof al snel minder breed. Maar vaak wonen allochtonen en autochtonen in verschillende wijken en bezoeken verschillende scholen.
Hieraan gekoppeld is het gevoel van meer dan vijftig procent van de allochtonen dat ze weleens gediscrimineerd worden, vooral op hun werk. Onderzoek van de Universiteit van Tilburg bracht aan het licht, dat mensen het meest gediscrimineerd worden op de plaatsen waar bazen zeggen dat iedereen gelijk is. “Juist in die bedrijven gelooft niemand dat iemand anders (ongelijk) behandeld worden en kan er dus niet over gepraat worden.”

God en ik, ik en God [Waarin geloof je?]
God is een behoorlijk twistpunt tussen mensen. iedereen denkt dat hij gelijk heeft en dat heeft soms tot bloedige twisten geleid. Ook is waar dat mensen veel aan hun geloof hebben. Alle geloven hebben gemeenschappelijk dat ze lessen in het leven zijn. Geen enkele godsdienst is uit op vernietiging van de aarde.
Een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft niet in God, en dat doen ze ook op verschillende manieren. Daarnaast hebben we ook nog een groot aantal ietsisten.
Opmerkelijk is dat in twee van de drie huizen een boeddhabeeld staat: een gezellige dikkerd oogt toch anders dan een lijdende Christus op een kruisbeeld.
Je geloof is mede van invloed op de manier waarop je tegen jezelf aankijkt.
Kijkend naar de rol van de mens in de ogen van hun God:
In de islam kiest de mens om dienaar van Allah te zijn.
In het christendom is de mens slecht, maar kan beter worden door het voorbeeld van Jezus.
In het boeddhisme hebben we geen ik; ik word steeds herboren in een nieuwe vorm omdat dat ik nog niet af is.
Een van de gevolgen van de moderne tijd, waarin de mensen steeds minder naar de kerk gaan, is dat de boodschap om een goed mens te proberen te zijn minder gehoord wordt. We zijn als het ware van God los. Letterlijk, dat iemand de regels van God niet meer naleeft. Figuurlijk, dat iemand zo op zijn eigen houtje bezig is dat het hem niet kan schelen of anderen er last van hebben.

Chips in je hoofd [Ik, versie 2.0]
De computer is momenteel al in staat de wereldkampioen schaken te verslaan. We gebruiken de computer, robots en andere zaken om ons leven te veraangenamen. Tegelijk worden we er ook door beïnvloed. Je speelt op internet met een avatar en iedereen denkt dat jij dat bent, omdat de anderen je nog nooit in het echt hebben gezien.
We maken van allerlei hulpmiddelen gebruik om onszelf beter te maken en te voelen. Studenten slikken Ritalin, niet omdat ze AGHD hebben, maar om een examen beter te kunnen maken.
We staan ambivalent tegenover de techniek. In boeken als Brave New World en 1984 staat de mens tegenover een zich ontwikkelde techniek die hem in zijn macht heeft. De mens moet vechten om weer vrij te worden.
We zien drie denkrichtingen als het gaat om het verbeteren van de mens met electronica.
De Kantianen zeggen: niet doen
De utilisten zijn van mening dat als het nuttig je het moet doen.
De autonomen vinden dat ieder mens zelf moet beslissen hoever hij daarin gaat.
Daarover moet de discussie gaan: in wat voor wereld wil ik wonen? Wie wil ik zijn?

Onbeschoft en asociaal [Steeds meer ‘ik’]
Veertig jaar geleden was de tijd van de verzuiling nagenoeg ten einde. Het tijdperk van de individualisering brak aan. Het individu werd belangrijk dan de groep waartoe hij behoorde.
Dat heeft zijn goede kanten. Daar is iedereen het over eens.
Sinds enkele jaren zien we ook dat er negatieve kanten aan zitten. Mensen denken dan vooral aan zichzelf. Het ‘ik’ is te belangrijk geworden. We hebben minder kinderen, zij krijgen veel meer aandacht dan die van vroeger.
We zijn rijker geworden, alles moet kunnen en mogen.
De opvoeding is veranderd. We zijn onbewust asociaal geworden.
De zingevingssystemen zijn niet meer actief zoals vroeger. Naastenliefde wordt vervangen door de 15 minuten roem op de televisie.
We willen respect en als we het niet denken te krijgen, worden we gefrustreerd.
Frustratie leidt vaak tot agressie, zinloos geweld [ sinds 1997]. We leven in een agressievere samenleving dan vroeger.

Hoe je een talent wordt [Je wordt wat je doet]
Wie schade oploopt in zijn hersenen, kan als het ware een ander worden. De hersenwetenschappers zeggen dat je ik bepaald wordt door je aanleg, je omgeving en je eigen invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die aanleg hebben, 10.000 uur nodig hebben om dat talent ook volledig uit te buiten: Mozart, Beatles, Bill Gates hebben allemaal die tijd doorgebracht alvorens ze tot uitzonderlijke bloei kwamen.
Door bepaalde dingen te oefenen, veranderen je hersenen. Wie verlegen is en zich erop toelegt om stoerder te worden en te doen, ziet een verandering in de hersenen.
Door nieuwe dingen te doen en te oefenen maken je hersenen nieuwe netwerken aan die die taak ter hand kunnen nemen.
Je hersenen kunnen niet alleen nieuwe dingen positief leren, maar ook negatieve gewoontes vormen een hersennetwerk. Duidelijk is wel dat wat je niet doet, zul je ook niet ontwikkelen.
Belangrijk: hoe meer nieuwe dingen je doet, hoe meer je hersenen worden uitgedaagd.

Een onderbroek van Björn Borg voelt anders [Je ben wat je hebt]
Ons zelfbeeld schijnt samen te hangen met wat we bezitten. Evolutiebiologen zeggen dat het te maken heeft met onze drang om te overleven.
Topbestuurders kijken niet naar wat ze verdienen, maar vergelijken hun salaris met anderen die meer verdienen. Jaloezie is de drijfveer.
Dingen die we kopen helpen ons om een beeld van onszelf te scheppen: ons imago.
Dat imago krijgt een extra impuls als we dingen hebben die anderen niet hebben.
Het geeft zelfvertrouwen èn het laat ons bij een groep horen.
Je uiterlijk bepaalt voor een deel hoe je omgeving op je reageert. Ga collecteren voor een goed doel in dure merkkleren en je haalt meer op.
Dure spullen kopen die we eigenlijk niet nodig hebben, heeft te maken met het snobeffect.
Er is ook sprake van het countersnobeffect: ik heb geen dingen nodig om iemand te zijn.
Je ziet de gevolgen van het imago-opkrikken in het toenemen van schulden bij mensen die luxe schulden hebben: een goed inkomen, maar veel te veel uitgaven aan luxe artikelen.
Op iemand die veel heeft kunnen mensen reageren met afgunstig zijn of benijden.
Wie hard voor een Iphone heeft gewerkt, werd benijd, maar men gunde hem het ding. Wie vertelt dat hij die van zijn vader heeft gekregen, kreeg afgunstige reacties en men gunde hem het ding niet!

Op avontuur met wonderlijke vragen [Waarom ik?]
Als over allerlei dingen die normaal lijken te zijn diepere vragen gaat stellen, word je een Alice en leef je in Wonderland.
Vragen die dieper gaan noemen we levensvragen, het zijn vragen die vaak een leven lang meegaan. We weten een heleboel over het hoe van de dingen, maar niet van het waarom.
“Door al die levenservaringen groeit je kijk op het leven. Je rijgt net zo lang je favorieten aan elkaar totdat er een glinsterend juweel overblijft: een halssnoer of stoere armband vol met kleine waarheden die samen een prachtig juweel zijn. OM dit sieraad met trots te dragen, moet het helemaal JIJ zijn.” [100]

De geheimzinnige dood [Het einde van ik]
Het ik houdt op bij de dood. Mensen proberen wel een antwoord te geven op wat erna komt.
In schema gezet zijn er twee uitersten: een van weten en een van geloven. Natuurwetenschappers meten; bijna dood ervaringen stellen vragen bij dit meten. Maar je moet zelf bepalen of die BDE’s ook werkelijk een kijkje achter het gordijn van de dood zijn.
Tussen weten en geloven is ook niet weten, zich laten verrassen, een knutselantwoord.
Wie iemand verliest, gaat een rouwperiode in, die ieder op een eigen manier meemaakt. rouwen blijkt het snelst te gaan als je de rottige gevoelens er gewoon laat zijn.
Ervaringen met de dood maken soms van mensen andere mensen. Ze leren dat leven niet draait om geld en succes, maar om liefde en samenzijn.
“Wanneer de dood plots dichtbij komt, beginnen veel volwassenen dus pas aan het echte leven. eigenlijk is dat doodzonde. Want draai het eens om. Heb je er ooit aan gedacht dat het niet voor niets is dat er een soort gordijn aan het einde van het leven hangt waar we niet achter kunnen kijken? Misschien is de zin van het leven: leven. Je bent niet geboren om dood te gaan, maar om te leven. Een mens heeft niet eeuwig de tijd. Maar weinig tijd maakt het leven gewild en kostbaar. Niet de dood is bijzonder, het leven is bijzonder.” [110]