Wie gebruikt verhalen van Toon Tellegen?

“Zijn korte dierenverhalen raken op een zachte manier aan levensvragen. De vragen en de onnozelheid van de dieren zijn inleefbaar en raken aan diepe dingen. De dieren zijn kwetsbaar, geen helden. De eekhoorn heeft vooral vragen en de mier is erg wijs, dat denkt hij tenminste.
Ik heb altijd het gevoel dat de twee dieren de twee helften van mijn persoonlijkheid zijn. Tellegen lijkt op een oudtestamentische figuur met elementaire en onopgesmukte verhalen. In “De ontdekking van de honing” zet hij religie als illusie neer, maar er zit iets christelijks in het hooghouden van kwetsbaarheid: niet de kampioen wint, maar wie zich argeloos uit in verwondering. Dat is belangrijk en grenst voor mij aan het religieuze. De verhalen hebben iets mythisch. Hij schrijft een brief, geeft die mee aan de wind en dan komt die ook aan waar het moet. Tellegen is altijd liefdevol, met milde spot. Hij gunt je wat, ook je zwakheden. Ik was altijd opgelucht aan het einde van zo’n verhaal, bevrijd dat het zo gezegd kon worden. Tijdens een uitvaart is eens zo’n verhaal voorgelezen. Daarin gaat de mier op reis en er moet dus afscheid genomen worden. Dan blijkt de onhandigheid bij afscheid, dat je hart en je hoofd het niet kunnen bijbenen, dat het niet doordringt. Heel aandoenlijk en ontroerend.”
Aldus het verhaal van Piet van Veldhuizen, predikant in Hendrik-Ido-Ambacht, opgetekend door Cees Veltman in de rubriek “Mijn bijbel” in Volzin van 8 maart 2013.

In “Misschien wisten zij alles” zijn 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren opgenomen. Helaas hebben de verhalen geen titel: die zul je zelf moeten bedenken. Dat maakt het ook moeilijker om elkaar op verhalen attent te maken. Toch wil ik collega’s graag vragen of zij een of meer verhalen van Toon Tellegen in hun lessen gebruiken. Graag hoor ik dan:
• welke verhaal [graag paginanummers in voornoemde boek aangeven]
• in welke klas
• bij welk onderwerp.
Graag geef ik later door welke mooie vondsten er gedaan zijn.
LIA 199 – 21 maart 2013